wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tropisch regenwoud + droge gebieden

Total questions: 32

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de kenmerken van het tropisch regenwoud?

a)

Warm en vochtig gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

b)

Warm en droog gebied, veel soorten planten en bomen, etages, het hele jaar groen.

c)

Warm en vochtig gebied, weinig soorten planten en bomen, etages, er zijn seizoenen.

2.

Waar liggen tropische regenwouden?

a)

Rond de 23 graden NB

b)

Bij de polen

c)

Bij de evenaar

3.

Waarom liggen tropische regenwouden bij de evenaar?

a)

Door de schuine zonnestralen is het er koud en door de stijgende lucht nat.

b)

Door de loodrechte zonnestralen is het er warm en door de stijgende lucht nat.

c)

Door de loodrechte zonnestralen is het er koud en door de dalende lucht nat.

4.

Wat is een kenmerk van het gebied bij de evenaar?

a)

De zon staat er midden op de dag laag aan de hemel.

b)

Het is er ’s nachts heel koud en overdag heel warm.

c)

Het is er altijd warm en nat.

d)

Er wonen weinig mensen.

5.

Kies het goede antwoord.

Bekijk de figuur van het tropisch regenwoud.

a)

Er staan veel dezelfde bomen.

b)

De meeste bomen zijn 20 tot 25 meter.

c)

Sommige bomen zijn wel 90 meter.

d)

De bomen zijn allemaal even hoog.

6.

Welke van de twee opties is juist? (leerdoel 1)

a)

De aarde draait om de zon

b)

De zon draait om de aarde

7.

Als de zon het noordelijk halfrond meer beschijnt, is het zomer op het noordelijk halfrond (leerdoel 1)

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

De breedteligging van een plaats op aarde heeft gevolgen voor: (leerdoel 3)

a)

De stand van de zon

b)

De temperatuur

9.

Een plaats op hoge breedte (leerdoel 3)

a)

is koud (lage temperatuur) en ligt in de poolstreken

b)

is warm (hoge temperatuur) en ligt in de tropen

10.

De zon staat loodrecht op de (leerdoel 2)

a)

polen

b)

evenaar

11.

Poolstreken (leerdoel 2)

a)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

b)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

c)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

d)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

12.

Tropen (leerdoel 2)

a)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

b)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

c)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

d)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

13.

Bekijk de schaduwen en de hoek van de zonnestralen. Welk plaatje past bij een plek in de tropen? (leerdoel 2)

a)

Plaatje 1

b)

Plaatje 2

c)

Plaatje 3

14.

Bekijk de schaduwen en de hoek van de zonnestralen. Welk plaatje past bij een hoge breedtegraad? (leerdoel 2)

a)

Plaatje 1

b)

Plaatje 2

c)

Plaatje 3

15.

Wat zijn tropische regenwouden? (leerdoel 4)

a)

Warm en natte gebieden

b)

Warme en droge gebieden

c)

Koude en natte gebieden

d)

Koude en droge gebieden

16.

Wat zijn kenmerken van een tropisch regenwoud? (leerdoel 4)

a)

warm en vochtig, homogeen, egaal, altijd groen

b)

warm en vochtig, heterogeen, etages, altijd groen

17.

Stijgingsregens ontstaan (leerdoel 6)

a)

doordat lucht opstijgt door opwarming van de zon

b)

doordat lucht daalt door opwarming van de zon

18.

In de tropen valt heel veel neerslag (leerdoel 7)

a)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht stijgt op, gaat condenseren: zo ontstaat stijgingsregen

b)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht daalt waardoor er veel stijgingsregen ontstaat

19.

Waarom is het droog in woestijnen? (leerdoel 8)

a)

De lucht stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

20.

Er worden veel bomen gekapt in tropische regenwouden (ontbossing). Wat is hiervan de grootste oorzaak? (leerdoel 9)

a)

Zwerflandbouw door bewoners

b)

Mensen gaan hun eigen soja verbouwen

c)

Grond wordt opgekocht door grote landbouwbedrijven

21.

Een ander woord voor oorspronkelijke plantengroei is (leerdoel 10)

a)

cultuurgrond

b)

grond

c)

natuurlijke zone

d)

vegetatie

22.

In de tropen vinden we vooral tropische regenwouden. Een groot gebied met dezelfde natuurlijke vegetatie heet een: (leerdoel 10)

a)

Oorspronkelijke plantengroei

b)

Cultuurgrond

c)

Natuurlijke zone

23.

Wat zijn kenmerken van de tropen?

a)

Er valt veel neerslag.

b)

Het gebied ligt dicht bij de evenaar.

c)

Het is er overdag altijd warm, maar 's nachts is het ijzig koud.

d)

De begroeiing is dicht, er groeien veel planten en bomen.

e)

Het gebied ligt ver van de evenaar.

24.

Wat zijn kenmerken van de tropen?

a)

Er leven veel verschillende dieren.

b)

Het is er altijd warm.

c)

Er leven weinig verschillende dieren.

d)

Er valt weinig neerslag.

e)

Er is weinig begroeiing, alleen een paar bomen.

25.

Een grote variatie aan levensvormen in de natuur noem je ook wel ...

(a)  

26.

Welke menselijke activiteit vind je NIET in het Amazonegebied?

a)

Het winnen van natuurlijke hulpbronnen (hout, uranium, rubber, goud).

b)

Het houden van runderen op ranchos.

c)

Jagen op grote dieren, zoals olifanten en tijgers.

d)

Het verbouwen van soja.

e)

Gids voor toeristen in een bootje op de Amazone.

27.

‘In het Amazonegebied komt veel ontbossing voor. De bomen worden gekapt voor het hout, maar er worden ook stukken bos in brand gestoken om aan landbouwgrond te komen. Het Braziliaanse regenwoud verdwijnt snel’.

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

‘Het kappen van bomen kan ook duurzaam gebeuren. Er moeten dan wel jonge bomen worden gepland op de plek van de gekapte bomen. Dit noem je herbebossing’.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

In de droge gebieden in Mali wonen mensen zonder vaste woonplaats. Die mensen noem je

(a)  

30.

Welke gebied hoort bij deze neerslaggrafiek van Mali?

a)

Zuid (Savanne)

b)

Noord (Sahara)

c)

Midden (Sahel)

31.

Welke gebied hoort bij deze neerslaggrafiek van Mali?

a)

Zuid (Savanne)

b)

Noord (Sahara)

c)

Midden (Sahel)

32.

Welke gebied hoort bij deze neerslaggrafiek van Mali?

a)

Zuid (Savanne)

b)

Noord (Sahara)

c)

Midden (Sahel)