Worksheetsh3 Frans chapitre 2
Total questions: 13
Worksheet time: 10mins
Vertaal: faire du baby-sitting
op een kind passen
naar school gaan
Wat zijn vervoersmiddelen?
le voisin
la voiture
le vélo
le train
Vertaal: Help!
(a)
Vertaal: apprendre
leren
lezen
schrijven
Vervang het onderstreepte woord door een persoonlijk voornaamwoord. Schriif de zin opnieuw.
Ils demandent le chemin aux passants.
(a)
Vervang door een persoonlijkvoornaamwoord. Ils vont montrer le plan de Strasbourg à Arthur.
(a)
Vervang het onderstreepte gedeelte door een persoonlijk voornaamwoord. Camille a demandé à moi de garder sa valise.
(a)
vertaal: betalen
(a)
Vertaal: gérer
het einde
lopen
beheren, omgaan met
werken
Vertaal: Noël
Sinterklaas
Kerst
Oud en Nieuw
Vertaal: se débrouiller
nodig hebben
zich redden
meedoen
stofzuigen
Vertaal : de mobiele telefoon
(a)
Vertaal : of
et
où
ou
en
