Font size
WorksheetsDictee tt / vt
Total questions: 15
Worksheet time: 15mins
Vroeger (reizen vt) (a) de mensen met een paardenkar
Ik (spelen vt) (a) gisteren op zolder
Jullie (schaatsen vt) (a) vorig jaar vaak op de sloot.
Monique (vertellen vt) (a) gisteren een geheim.
Toen (vermoeden vt) (a) de agenten dat ze de dader hadden.
In het verleden (fotograferen vt) (a) Daan alleen dieren.
Benjamin (halen vt) (a) afgelopen weekend hun diploma.
De honden (bedanken vt) (a) hun baasje door ze te likken
Vorige week (luisteren vt) (a) jij naar muziek.
Hij (vegen vt) (a) vorige week de borden droog.
Ik (vouwen tt) het tafelkleed op.
(a)
Kees en Henkie (bellen tt) met hun opa.
(a)
Vind je dat ik netjes (kleuren tt) (a) ?
Mijn ouders (branden tt) (a) zich geregeld aan het fornuis.
Jij (vertellen tt) (a) aan veel kinderen wat ze moeten doen.
