Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalverzorging H1 3KB

Total questions: 25

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Een zin met een extra nadruk eindigt met een....

a)

. (punt)

b)

? (vraagteken)

c)

! (uitroepteken)

d)

" (aanhalingsteken)

2.

Neem de zin over en zet hoofdletters en leestekens waar het moet.


renato vroeg aan de verkoopster heeft u deze spijkerbroek ook in een grotere maat

(a)  

3.

Neem de zinnen over en zet hoofdletters en leestekens waar dat moet.


toen de chocoladetaart klaar was aten we hem meteen op

(a)  

4.

Neem de zin over en zet hoofdletters en leestekens waar dat moet.


tegen de politieagent zei thomas dat hij het rode verkeerslicht niet gezien had

(a)  

5.

Zijn de leestekens in onderstaande zinnen juist of onjuist geplaatst?


Han vroeg: 'Wat zullen we dit weekend gaan doen?'

a)

juist

b)

onjuist

6.

Zijn de leestekens in onderstaande zinnen juist of onjuist geplaatst?


De oude man zei: 'Vroeger was alles beter'.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Zijn de leestekens in onderstaande zinnen juist of onjuist geplaatst?


Jarno vroeg aan zijn vriendin: 'Hoeveel uur hebben we vandaag?'

a)

juist

b)

onjuist

8.

Gargamel zei 'Ik haat smurfen'

a)

juist

b)

onjuist

9.

Noteer de juiste vorm van de persoonsvorm.


Joke (houden tt) bij hoeveel geld ze uitgeeft elke maand.

(a)  

10.

Noteer de juiste vorm van de persoonsvorm.


Mijn ketting (roesten vt), omdat mijn fiets altijd buiten stond.

(a)  

11.

Welk woord moet op de puntjes?


Ik .......... de boot goed vast aan de paal (vt).

a)

bont

b)

bond

c)

bondt

d)

bondde

12.

Welk woord past op de puntjes?


Wanneer ......... mijn docent met de examenuitslag? (vt)

a)

belde

b)

beldde

c)

beldden

d)

beld

13.

Welk woord komt op de puntjes?


.......jij je morgen ziek? (tt)

a)

Meld

b)

Meldt

c)

meld

d)

meldt

14.

Vul het juiste woord in.


Er (a)   (kleven tt) een stuk kauwgom aan je tas.

15.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Hij wistte per ongeluk alle bestanden op zijn telefoon.

(a)  

16.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Dat gebeurdt hem wel vaker.

(a)  

17.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Het donderdde afgelopen nacht erg hard.

(a)  

18.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Het word morgen vast een leuk feestje!

(a)  

19.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Noor bedanken Guido en Sil voor hun hulp.

(a)  

20.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Het bliksemd gisteren de hele avond.

(a)  

21.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


Gaat weg bij die waterkant!

(a)  

22.

Verbeter de fout geschreven persoonsvorm.


De dieren krijste op dit moment de hele dierentuin bij elkaar.

(a)  

23.

Welke zin is juist in een citaat veranderd?

a)

Sara zei dat ze een supervakantie heeft gehad.

b)

Sara zei: "Dat ze een supervakantie heeft gehad."

c)

Sara zei: "Ik heb een supervakantie gehad."

d)

Een supervakantie heeft ze gehad, zei Sara.

24.

Welke zin is juist in een citaat veranderd?

a)

Amed vroeg wat ze allemaal heeft gedaan.

b)

Ahmed vroeg: "Wat ze allemaal heeft gedaan?"

c)

Amed vroeg: "Wat heb je allemaal gedaan?"

d)

Wat ze allemaal heeft gedaan, vroeg Amed.

25.

Welke zin is juist in een citaat veranderd?

a)

Ze antwoordde met dat ze met haaien heeft gezwommen!

b)

Ze antwoordde met: "Dat ze met haaien heeft gezwommen!"

c)

Ze antwoordde met: "Ik heb met haaien gezwommen"!

d)

Ze antwoorde: "Ik heb met haaien gezwommen!"