wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leerstof 3L-week december 1bk

Total questions: 63

Worksheet time: 2hrs 58mins

Name
Class
Date
1.
Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je
a)
alinea
b)
onderwerp
c)
hoofdgedachte
d)
tussenkopje
2.
Je kunt met één of met een paar woorden zeggen wat het onderwerp is
a)
goed
b)
fout
3.
Om het onderwerp te vinden, hoef je een tekst niet helemaal te lezen.
a)
goed
b)
fout
4.
Je bekijkt de tekst en je leest de eerste alinea.
a)
oriënterend lezen
b)
globaal lezen
c)
studerend lezen
d)
Zoekend lezen
5.
• Bekijk de tekst:  – Kijk naar de titel. – Kijk naar de foto’s en plaatjes bij de tekst.  –  Kijk naar lijstjes, rijtjes of schema’s die er misschien bij staan.  –  Kijk naar tussenkopjes (als die er zijn); een tussenkopje is de ‘titel’ van een tekstgedeelte.  – Let op anders gedrukte letters (vet, cursief, GROOT of gekleurd).  • Lees de eerste alinea; meestal is die vetgedrukt. • Geef antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?
a)
zo vind je de alinea's
b)
zo vind je de hoofdgedachte
c)
zo vind het onderwerp
6.
Een tekst is meestal verdeeld in een middenstuk (kern) en een slot.

a)
goed
b)
fout
7.
Vaak worden er in het middenstuk verschillende delen van het onderwerp besproken. Dit noemen we
a)
alinea's
b)
inleiding
c)
tussenkopjes
d)
deelonderwerpen
8.
Hierin wordt duidelijk wat het onderwerp van de tekst is.
a)
in het middenstuk
b)
in het slot
c)
in de inleiding
9.
Hierin wordt het belangrijkste uit de tekst kort herhaald.

a)
in de inleiding
b)
in het middenstuk
c)
in het slot
10.
Wat is een synoniem
a)
Een synoniem is een ander woord met dezelfde betekenis.
b)
een woord die je fonetisch schrijft
c)
1 woord met 2 verschillende betekenissen
11.
Een onbekend woord in een tekst kun je soms begrijpen doordat er een omschrijving van het woord bij staat.
a)
waar
b)
niet waar
12.
Zoek het onderwerp in deze zin.
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
a)
Harry Potter
b)
Zweinstein
c)
gaat
d)
eerst
13.
Zoek in deze zin het onderwerp.
De uil bezorgt een brief.
a)
een brief
b)
de uil
c)
bezorgt
d)
een
14.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Meneer Duffeling wordt ontzettend kwaad.
a)
kwaad
b)
ontzettend
c)
wordt
d)
meneer Duffeling
15.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Eet professor Perkamentus graag snoep? 
a)
eet
b)
professor Perkamentus
c)
snoep
d)
graag
16.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Meneer Duffeling wordt ontzettend kwaad.
a)
kwaad
b)
ontzettend
c)
wordt
d)
meneer Duffeling
17.
Zoek het voegwoord in deze zin.
Harry zwaait naar Ron en tovert een grote zak met salamanders uit zijn bureau.
a)
uit
b)
met
c)
en
d)
naar
18.

Zoek de pv:

Volgende week ga ik met mijn vriendin naar de bios.

a)
ga
b)
ik
c)
mijn vriendin
d)
week
19.

Zoek de pv:

Bij biologie zitten we op de eerste rij.

a)
we
b)
biologie
c)
zitten
d)
rij
20.

zoek de pv:

Ik wil ook wel eens een film in de klas kijken.


a)
ik
b)
wil kijken
c)
wil
d)
in de klas
21.

zoek de pv:

Ik ben gestruikeld over het snoer van mijn laptop.

a)
het snoer
b)
ik
c)
ben
d)
ben gestruikeld
22.

zoek de pv:

Je moet voor de presentatie de vragen goed beantwoorden.

a)

vragen

b)
moet beantwoorden
c)
beantwoorden
d)
moet
23.

Zoek het onderwerp:

Ik speelde gisteren urenlang games op de computer.

a)
speelde
b)
ik
c)
games
d)
op de computer
24.

Acteur

a)

Regisseur

b)

Toneelspeler

c)

Dirigent

25.

Zenuwachtig

a)

Nerveus

b)

Blij

c)

Boos

26.

Lopen

a)

Rennen

b)

Springen

c)

Wandelen

27.

Praten

a)

Geluid

b)

Spreken

c)

Zingen

28.

Prachtig

a)

Mooi

b)

Uitzicht

c)

Leuk

29.

Blank

a)

Wit

b)

Vla

c)

Geld

30.

Opmerkelijk

a)

Vaak

b)

Risico

c)

Bijzonder

31.

Eerlijk

a)

Betrouwbaar

b)

Egoïstisch

c)

Crimineel

32.

Wat is een synoniem van afwas

a)

vaat

b)

opruimen

c)

afruimen

33.

Wat is een synoniem van zoenen

a)

spelen

b)

kussen

c)

lippen

34.

Wat is een synoniem van pagina

a)

poging

b)

hekken

c)

bladzijde

35.

In welke zin is de ik-vorm juist geschreven?

a)

Ik wedt dat hij morgen ziek thuis is!

b)

Hij loopt sneller dan de rest van zijn klas naar het lokaal.

c)

Mijn vader is de beste!

d)

Ik verbied mijn broertje mijn kamer binnen te komen!

36.

In welke zin is de ik-vorm fout geschreven?

a)

Moet ik voor de les morgen huiswerk maken?

b)

Ik redt wel eens vlinders uit het zwembad van mijn oom en tante.

c)

Ik plant een bloem in de tuin van mijn oma

d)

Als ik later groot ben, begin ik een eigen bedrijf.

37.

In welke zin is de ik-vorm fout geschreven?

a)

Ik weet het zeker: volgende week word ik kampioen!

b)

Morgen rijdt ik met mijn zus naar school.

c)

Ik leen wel eens de fiets van mijn oma.

d)

De buurjongen vind je niet leuk!

38.

Waarop eindigt de ik-vorm nooit?

a)

op een v

b)

op een k

c)

op een z

d)

op een t

39.

In welke zinnen staat de persoonsvorm in de ik-vorm?

a)

Maandag word ik dertien jaar.

b)

Denk je dat ze nu nog gaan scoren?

c)

Jij verwent die kat veel te veel!

d)

Je verdwaalt heel snel in de grote stad.

e)

Waarom loop jij altijd zo langzaam?

40.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Betalen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

41.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Bewijzen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

42.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan het hele werkwoord?
Mama moppert op mijn rommel.
a)
moppert
b)
mopper
c)
mopperen
d)
mopperde
43.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan het hele werkwoord?
Papa begrijpt niets van de puzzel.
a)
begrijpt
b)
begrijp
c)
begrijpen
d)
begreep
44.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan het hele werkwoord?
Ik mag vandaag niet naar judo!
a)
mag
b)
mocht
c)
mogen
d)
mochten
45.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan het hele werkwoord?
Hij danst met een mooi meisje.
a)
danst
b)
dans
c)
dansen
46.
Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan het hele werkwoord?
Zij staat boven op het dak.
a)
staat
b)
sta
c)
staan
47.

Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan de ik-vorm?

Zij staat boven op het dak.

a)

staat

b)

sta

c)

staan

48.

Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan de ik-vorm?

Ik mag vanavond niet naar judo.

a)

mocht

b)

mag

c)

mogen

49.

Zoek het werkwoord in de zin. Wat is daarvan de ik-vorm?

Ik kies de kleur!

a)

kies

b)

kiest

c)

kiezen

d)

koos

50.
Wat is een alinea?
a)
een tussenkopje
b)
een inleiding
c)
een stukje tekst dat bij elkaar hoort
d)
een titel
51.

Uit hoeveel delen bestaat een tekst?

a)

één

b)

twee

c)

drie

52.

Uit welke delen bestaat een tekst?

a)

middenstuk en slot

b)

inleiding en slot

c)

inleiding, middenstuk en slot

53.

De meeste informatie is te vinden in ...

a)

de inleiding

b)

het middenstuk

c)

het slot

54.

Een tussenkopje is een titel die in de tekst staat.

a)

dit is goed

b)

fout

55.

Waar kun je zien waar de tekst vandaan komt?

a)

in de inleiding

b)

in het slot

c)

in de bron

56.

Waar staat de bron van een tekst?

a)

in de titel

b)

onder de titel

c)

onder het plaatje

d)

onderaan de tekst

57.

Ik vind het onderwerp van een tekst door ...

a)

de tekst helemaal te lezen

b)

de tekst te bekijken

c)

de tekst precies te lezen

58.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Waar gaat opgehoest slijm heen?

a)

Dat weet je nooit zeker

b)

je longen

c)

je maag

59.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Wat word schoon gemaakt door het hoesten?

a)

je longen en luchtpijp

b)

Je longen

c)

Stof dat je in ademt

60.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Waardoor komen snot en slijm in je longen?

a)

Door verkoudheid

b)

Door in te ademen

c)

Door stof

61.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Wat geeft het signaal om te gaan hoesten?

a)

Je stemspleet

b)

Druk in je longen

c)

Slijmvliezen in je longen

62.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Welke titel kun je hier boven zetten?

a)

Snot en Slijm

b)

wat gebeurt er als je hoest?

c)

Opgeruimd staat netjes!

63.

Hoesten is niet leuk, maar soms wel hard nodig.

Als je hoest, worden je longen en luchtpijp schoongemaakt. Je hoest als je stof, rook of chemisch spul inademt of als je slijm in je longen hebt zitten. Dat moet eruit!

Snot en slijm komen in je longen door een verkoudheid. De slijmvliezen geven een signaal aan je hersenen om te hoesten. Je buikspieren spannen zich aan en de druk in je longen wordt hoog.

Eerst gaat je stemspleet even dicht. Dan wordt die plotseling geopend en komt het slijm of de irriterende stof omhoog.

Je kunt opgehoest slijm trouwens gewoon inslikken. Het gaat niet terug naar je longen, maar naar je maag. Je poept het gewoon uit!

Opgeruimd staat netjes!


Vraag: Opgehoest slijm gaat naar...

a)

Dat weet je nooit zeker

b)

je maag

c)

je longen