wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Instaptoets thema 2 CELLEN

Total questions: 8

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

De afbeelding geeft een deel van de opperhuid van een blad weer met een huidmondje.

De letters P en Q geven twee cellen aan. Behoren cel P en cel Q tot hetzelfde soort weefsel? Leg je antwoord uit.

a)

Ja, ze liggen tegen elkaar aan

b)

Ja, ze hebben dezelfde vorm

c)

Nee, ze hebben een andere bouw en functie

2.

Wat zijn voorbeelden van orgaanstelsels?

a)

darmen

b)

longen

c)

bloedvatenstelsel

d)

oog

e)

skelet

3.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

4.

Het oculair vergroot 15x, het objectief 20x.

Wat is de totale vergroting van de microscoop?

a)

35 x

b)

20 x

c)

300 x

d)

5 x

5.

Welk cijfer geeft een deel aan waarin fotosynthese optreedt?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

5

e)

6

6.

In de afbeelding is een deel van de romp van een mens weergegeven. Aan de bovenzijde is een dwarsdoorsnede van de borstholte te zien.

Hoe heet orgaan Q?

(a)  

7.

Als een hond rent, bewegen de organen in de buikholte afwisselend naar voren en naar achteren. Hierdoor ontstaan er drukverschillen in de longen, waardoor lucht wordt in- en uitgeademd.


Wat is de naam van het orgaan aan dat de borstholte van de buikholte scheidt?

(a)  

8.

Noem het organel in de cel waar de vorming van eiwitten uit aminozuren plaatsvindt.

a)

celkern

b)

mitochondrien

c)

ribosomen

d)

golgi systeem