wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gezonde lucht (4A)

Total questions: 19

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

nicotine

b)

teer

c)

koolmonoxide

2.

Wat voor effect heeft nicotine?

a)

Het zorgt voor een gezond lichaam.

b)

Het heeft een verslavend effect.

c)

Het zorgt voor microbe in je lichaam.

d)

Het verwijdert overtollige vetten in je lichaam.

3.

Passief roken is ook zeer schadelijk voor de mens.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Welke verslavende stof zit er in sigaretten?

a)

koolmonoxide

b)

rook

c)

nicotine

d)

teer

5.

welke stof blijft in je longen kleven?

a)

nicotine

b)

as

c)

teer

d)

koolmonoxide

6.

Welk proces verloopt minder doordat er teer in je longblaasjes zit?

a)

Gaswisseling

b)

Ademhaling

c)

Bloedsomloop

d)

Verbranding

7.

Als je stopt met roken, kunnen je longen zich herstellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.
Wanneer je lichamelijk of geestelijk afhankelijk bent, noem je?
a)
Verslaafd
b)
Ontwenning
c)
Ontspanning
d)
Gezondheid
9.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
10.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
11.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
12.
Noem 2 'longziekten' die je van roken krijgt.
a)
Longkanker en COPD
b)
Hart- en Vaatziekte
c)
Haaruitval en wratten
d)
Puistjes en voetschimmel
13.

Wat is 'long emfyseem'?

a)

Slappe en verwijde longblaasjes bij COPD

b)

Schade aan het strottenhoofd bij COPD

c)

Schade aan de keelholte

14.

COPD bestaat uit chronische bronchitis en longemfyseem.

a)

Antwoord is juist

b)

Antwoord is niet juist

15.

Een vernevelaar is een apparaat dat een vloeibaar COPD-medicijn omzet in een nevel

a)

Dit is juist

b)

Dit is niet juist

16.

Hooikoorts is eveneens een longaandoening. De stelling hierbij: iedereen heeft altijd in de maand mei last van hooikoorts. Is dit waar of niet waar en waarom wel of niet.

a)

waar, in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

b)

waar, alleen in de maand mei zit er stuifmeel in de lucht

c)

niet waar, in alle maanden zit er stuifmeel in de lucht

d)

niet waar, mensen zijn gevoelig voor een bepaald type stuifmeel, dit kan vrijkomen op verschillende momenten van het jaar

17.

Een astma-patiënt gebruikt een puffer bij een aanval zodat

a)

de bronchiën weer verder opengaan

b)

de longblaasjes weer meer zuurstof kunnen opnemen

c)

de luchtpijp weer ontspant

d)

de lucht beter wordt gezuiverd

18.

Door een astma-aanval kan

a)

er minder lucht door de bronchiën

b)

er meer lucht door de bronchiën

c)

er net zoveel lucht door de bronchiën als eerst

19.

Een hooikoorts-patiënt reageert op

a)

stuifmeel van insectenbloemen

b)

stuifmeel van windbloemen

c)

de geur van insectenbloemen

d)

de geur van windbloemen