wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

samenstellingen en werkwoordspelling

Total questions: 15

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Het eten brandt aan.

a)

GOED

b)

FOUT

2.

1. Vindt je tante die jas ook zo mooi?

2. Vindt jij die jas ook zo mooi?

a)

1 = fout 2 = goed

b)

1 = goed 2 = fout

c)

beiden zijn goed

d)

beiden zijn fout

3.

1. Hij heeft haar gelooft.

2. Hij heeft haar geloofd.

a)

1 = goed 2 = fout

b)

1 = fout 2 = goed

c)

beide zijn goed

d)

beide zijn fout

4.

Hoeveel tijd ................ jij gisteren aan je huiswerk?

a)

bestede

b)

besteedden

c)

besteedde

d)

besteden

5.

1. Wij besteden 100 euro aan nieuwe kleren.

2. Wij besteedden 100 euro aan nieuwe kleren.

a)

1 = goed 2 = fout

b)

1 = fout 2 = goed

c)

beide zinnen zijn goed

d)

beide zinnen zijn fout

6.

1. secondewijzer

2. secondenwijzer

a)

1 = goed

b)

2 = goed

7.

pannenkoek

pannekoek

a)

1 = goed

b)

2 = goed

8.

1. maneschijn

2. manenschijn

a)

1 = goed

b)

2 = goed

9.

1. groentensoep

2. groentesoep

a)

1 = goed

b)

2 = goed

10.

1. meisjessfiets

2. meisjesfiets

a)

1 = goed

b)

2 = goed

11.

1. meisjesstem

2. meisjestem

a)

1 = goed

b)

2 = goed

12.

1. jazz zanger

2. jazzzanger

a)

1 = goed

b)

2 = goed

13.

1. er onder door

2. eronderdoor

a)

1 = goed 2 = fout

b)

2 = goed 1 = fout

c)

beide zijn goed

d)

beide zijn fout

14.

1. politie agent

2. politie-agent

3. politieagent

a)

1 = goed

b)

2 = goed

c)

3 = goed

15.

welk woord is goed geschreven?

a)

derde wereldland

b)

derde-wereldland

c)

derdewereld land

d)

derdewereldland