wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h5 Medische beeldvorming (H11)

Total questions: 15

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Een goede definitie van Activiteit is:

a)

Aantal deeltjes per minuut

b)

Aantal deeltjes per seconde

c)

Aantal isotopen

d)

Halveringstijd

2.

De eenheid van stralingsdosis is:

a)

BqBq

b)

GyGy

c)

SvSv

d)

eVkg\frac{eV}{kg}

3.

De eenheid van effectieve dosis is:

a)

BqBq

b)

GyGy

c)

SvSv

d)

eVkg\frac{eV}{kg}

4.

De formule voor stralingsdosis (D) is:

(a)  

5.

De activiteit op één specifiek tijdstip kan worden bepaald met

a)

De snijlijnmethode

b)

De raaklijnmethode

c)

Dit kun je niet bepalen

d)

Agem = - ∆N/∆t

6.

De gemiddelde activiteit over een tijdinterval kan worden bepaald met

a)

Dit kun je niet bepalen

b)

De raaklijnmethode

c)

Agem = - ∆N/∆t

d)

Agem = ∆N/∆t

7.

Bereken na hoeveel seconden er nog 25% van een oorspronkelijke hoeveelheid N-16 over is. Gebruik je BINAS.

a)

Na 14,2 s

b)

Na 7,10 s

c)

Na 14,3 s

8.

Reken om: 1.5 MeV = ... J

a)

2,4 x 10-13

b)

2,4 x 10-16

c)

1,5 x 106

d)

1,5 x 10-19

9.

In een tijd van 40 seconden daalt het aantal isotopen van een stof van 4,9 x 1019 naar 2,9 x 1019 waarbij alfastraling vrijkomt. Bereken de gemiddelde activiteit.

a)

2,0 x 1017 Bq

b)

2,0 x 1019 Bq

c)

5,0 x 1017 Bq

d)

5,0 x 1019 s

10.

Eén gram radioactief jodium-131 heeft een activiteit van 6,0 x 1015 Bq. Is de halveringstijd van twee gram I-131 groter dan die van één gram?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Eén gram radioactief jodium-131 heeft een activiteit van 6,0 x 1015 Bq. Is de activiteit van twee gram I-131 groter dan die van één gram?

a)

Ja

b)

Nee

12.

Eén gram radioactief jodium-131 heeft een activiteit van 6,0 x 1015 Bq. Na hoeveel dagen is de activiteit van één gram I-131 gedaald tot 1,5 x 1015 Bq?

a)

4 dagen

b)

8 dagen

c)

16 dagen

d)

24 dagen

13.

Op 5 december regende het hard in Nederland waardoor Piet op het dak is uitgegleden. Hij heeft een röntgenfoto laten maken van zijn bovenbeen. De massa van dit been is 7,0 kg. Op het been vallen per seconde 5,2 x 109 fotonen, elk met een energie van 1,0 x 104 eV. De foto duurt 0,60 s.


Hoeveel Joule energie valt er op het been van Piet?

En bereken de stralingsdosis.

a)

Energie: 5,2 x 1013 J

Stralingsdosis: 7,4 x 1012 Gy

b)

Energie: 3,1 x 1013 J

Stralingsdosis: 4,4 x 1012 Gy

c)

Energie: 5,0 x 10-6 J

Stralingsdosis: 7,1 x 10-7 Gy

d)

Energie: 8,3 x 10-16 J

Stralingsdosis: 1,2 x 10-16 Gy

14.

De röntgenfoto had een stralingsdosis van 7,1 x 10-7 Gy, wat was de effectieve (equivalente) dosis?

a)

7,1 x 10-7 Gy

b)

1,42 x 10-5 Bq

c)

7,1 x 10-7 Sv

d)

1,42 x 10-5 Sv

15.

Het isotoop U-233 vervalt, welke isotoop ontstaat bij deze vervalvergelijking?

a)

Pa-229

b)

Np-233

c)

U-233

d)

Th-229