wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2V/H nask H2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de fase-overgang van vast naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Bevriezen

c)

Condenseren

d)

Rijpen

2.

Wat is rijpen?

a)

Van vast naar gas

b)

Van gas naar vast

c)

Van vloeibaar naar vast

d)

Van gas naar vloeibaar

3.

Wat is verdampen?

a)

Van gas naar vloeibaar

b)

Van gas naar vast

c)

Van vast naar gas

d)

Van vloeibaar naar gas

4.

De sneeuw op straat is weg, er ligt geen plaswater. Wat is er gebeurd?

a)

De sneeuw is verdampt

b)

De sneeuw is gesmolten

c)

De sneeuw is vervluchtigt

d)

De sneeuw is gecondenseerd

5.

Ik heb een natte hand nadat ik eerst een ijsblokje had. Wat is er gebeurd?

a)

Het ijs is gestolt

b)

Het ijs is gesmolten

c)

Het ijs is bevroren

d)

Het ijs is vervluchtigt

6.

Welke fase-overgang is er als mijn trui hangt te drogen aan de waslijn?

a)

Condenseren

b)

Stollen

c)

Verdampen

d)

Vervluchtigen

7.

Wat is de fase-overgang van gas naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Stollen

c)

Condenseren

d)

Vervluchtigen

8.
kaarsvet wordt vloeibaar tijdens het branden van een kaars
a)
stollen
b)
smelten
c)
verdampen
d)
bevriezen
9.
een vloeistof heeft een vaste vorm
a)
niet waar
b)
soms
c)
waar
d)
weet niet
10.
een gas kun je samen persen
a)
nee nooit
b)
soms
c)
ja altijd
d)
ligt er aan welk gas
11.
benzine wat je ruikt tijdens het tanken
a)
verdampen
b)
vervluchtigen
c)
condenseren
d)
rijpen
12.
vaste stoffen kunnen .......
a)
smelten en vervluchtigen
b)
smelten en stollen
c)
stollen en vervluchtigen
d)
vervluchtigen en rijpen
13.
Een stuk zeep ruikt vaak lekker. In welke fase is een stof die je ruikt?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
14.
Als je water kookt, gaat het verdampen. Wat gebeurt er dan met de snelheid van de moleculen?
a)
De moleculen gaan sneller bewegen.
b)
De moleculen gaan langzamer bewegen.
c)
De snelheid blijft gelijk.
15.
Bij welke faseovergang worden de aantrekkingskrachten tussen de moleculen groter?
a)
smelten
b)
condenseren
c)
verdampen
d)
vervluchten/sublimeren