Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Maatschappij

Total questions: 31

Worksheet time: 8hrs 31mins

Name
Class
Date
1.

Politiek is

a)

Het nemen van beslissingen in algemeen belang

b)

Het recht om gekozen te worden

c)

Recht om te stemmen

2.

Ambtenaren zijn

a)

Burgermeester en wethouders

b)

De baas van de ministers

c)

Mensen die voor de overheid werken

3.

De overheid bestaat uit

a)

1e en 2e kamer(volksvertegenwoordiging)

b)

Ambtenaren en politici

c)

Ministers en de koning

4.

Algemeen belang wil zeggen dat

a)

Het belangerijk is voor iedereen

b)

Het belangrijk is voor jezelf

c)

Ja je hond fzo

5.

Belastinggeld word gebruikt voor:

a)

Boodschappen 😜

b)

Onderhouding samenleving (ziekenhuis/snelwegen)

c)

Grote projecten (natuurgebieden/rivieren)

6.

Bezuinigingen zijn:

a)

Geld sparen

b)

Geld uitgeven

c)

Geld minder uitgeven

7.

Een directe democratie is een land waar:

a)

Burgers stemmen op politici (verkiezingen

b)

Dat de burgers mogen stemmen op wie ze willen

c)

De burgers direct mogen mee beslissen

8.

Een indirecte democratie is een land waar:

a)

Burgers stemmen op politici (verkiezingen)

b)

Burgers direct mogen meebeslissen

c)

Burgers hebben geen stemrecht

9.

Een vrije verkiezing betekend:

a)

Je hoeft niet te stemmen

b)

Dat je mag stemmen op wie je wilt

c)

Het recht om gekozen te worden

10.

Een geheime verkieizng betekend

a)

Je hoeft niet te zeggen op wie je gestemd hebt

b)

Dat het belangrijk is voor iedereen

c)

Dat je zelf mag weten op wie je stemt

11.

Actief kiesrecht is

a)

Het recht op vrije keus om te stemmen

b)

Het recht om te stemmen

c)

Het recht dat je moet stemmen

12.

Passief kiesrecht is:

a)

Dat de burgers direct mogen meebeslissen

b)

Recht om te stemmen

c)

Het recht om gekozen te worden

13.

Een lijsttrekker is

a)

Alle burgers op de kieslijst

b)

De 1e persoon op de kieslijst

c)

De eerste 3 personen op de kieslijst

14.

!! Politiek links wil dat de overheid:

a)

Rustig aan doet

b)

Zich zo min mogelijk bemoeit met de burgers (vrijheid)

c)

Zorgt voor de mensen die het minder goed hebben (gelijkheid)

15.

!!politiek rechts wil dat de overheid:

a)

Zorgt voor mensen die het minder goed hebben (gelijkheid)

b)

zich zo min mogelijk bemoeit met de burgers (vrijheid)

c)

Rustig aan doet

16.

!!Het politiek midden

a)

Bestaat uit de christelijke partijen

b)

Een groep mensen met hetzelfde politieke idee

c)

Bestaat uit burgemeesters en wethouders

17.

!!Politieke stroming:

a)

Bestaat uit christelijke partijen

b)

Een groep mensen met hetzelfde politieke idee

c)

1e persoon op de kieslijst

18.

!!het liberalisme wil:

a)

Een grotere rol voor het geloof (midden)

b)

Gelijkheid (links)

c)

Vrijheid (rechts)

19.

!! De sociaal democratie wil:

a)

Een grotere rol voor het geloof (midden)

b)

Gelijkheid (links)

c)

Vrijheid (rechts

20.

!!De christen democratie wil:

a)

Een grotere rol voor het geloof (midden)

b)

Gelijkheid (links)

c)

Vrijheid (rechts)

21.

!! Populistische politici zeggen:

a)

Wat volk niet mag hebben

b)

Wat het volk wil hebben

c)

Wat het volk wil hebben

22.

De regering bestaat uit:

(a)  

23.

De minster president is:

a)

De baas van de ministers

b)

De baas van de koning

c)

Stoertje

24.

De troonrede is:

a)

Een stoel

b)

Het verhaal van de koning over de miljoenennota

c)

Verhaal van roodkapje

25.

De miljoenennota is:

a)

Het plan om geld te verdienen

b)

Notie over het geld

c)

Het plan voor de inkosmten en uitgaven van Nederland

26.

!! Parlement bestaat uit

a)

1e en 2e kamer (volksvertegenwoordiging)

b)

Ministers en de koning

c)

Ambtenaren en politici

27.

Stemrecht is:

a)

Het recht om gekozen te worden

b)

Het recht om te kiezen/stemmen

c)

Je moet kiezen/stemmen

28.

B en W betekend

a)

BMW AUTO

b)

BOAZ EN WOUT

c)

Burgemeesters en wethouders

29.

De gemeenteraad heeft 2 taken:

a)

Stemmen over wetten en controleren van B en W

b)

Niks doen en niks doen

c)

Niks doen en niks doen

30.

De provincie regelt:

a)

De mensen die voor de overheid werken

b)

Grote projecten (natuurgebieden/rivieren)

c)

Hellemaal niks

31.

We noemen NL een parlementaire democratie omdat:

a)

De burgers hun vertegenwoordigers kiezen

b)

De burgers niks mogen zeggen

c)

Nederlanders lieverds zijn