wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bk eindtoets thema 3 ordening

Total questions: 20

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

In welke 4 grote groepen ordenen we alle organismen ordenen als we kijken naar celkern, celwand en bladgroenkorrels?

4 lines
2.

In afbeelding 1 zie je de bezigheden van Ramiro op maandag. Hoe noem je het als je aangeeft hoeveel tijd je nodig hebt voor je bezigheden?

4 lines
3.

Wat is waar over een schimmel?


Een schimmel heeft:

a)

geen celwand – wel een celkern –

wel bladgroenkorrels


b)

een celwand – wel een celkern –

wel bladgroenkorrels

c)

een celwand – wel een celkern –

geen bladgroenkorrels

d)

een celwand – geen celkern –

geen bladgroenkorrels

4.

Wat is een champignon?

a)

een bacterie

b)

een dier

c)

een plant

d)

een schimmel

5.

Wat is waar over een dier?

Een dier heeft:

a)

geen celwand – wel een celkern –

wel bladgroenkorrels

b)

geen celwand – wel een celkern – geen

bladgroenkorrels

c)

een celwand – wel een celkern –

geen bladgroenkorrels

d)

een celwand – geen celkern –

geen bladgroenkorrels

6.

Hoe noem je een groep bacteriën?

4 lines
7.

Eén bacterie plant zich elk half uur voort.

Hoeveel bacteriën zijn er na 2 uur?

a)

8

b)

12

c)

16

d)

32

8.

Wat is waar over een bacterie?

a)

Ze bestaan uit meerdere cellen

b)

Ze planten zich voort door middel van sporen

c)

Ze helpen mee voedsel verteren

d)

Ze kunnen zwemmerseczeem veroorzaken

9.

Hoe planten schimmels zich voort?

a)

Deling

b)

Sporen

c)

Geslachtelijke voortplanting

d)

Ongeslachtelijke voortplanting

10.

In je darmen leven veel soorten bacteriën. Het aantal bacteriën in je darm is tien keer zo groot als het totale aantal cellen in je lichaam. De samenstelling van bacteriën in je darmen heet je darmflora. Je darmflora kan verstoord zijn. Dat heeft invloed

op je gezondheid. Je kunt zelfs ernstig ziek worden.

Een antibioticum is een medicijn dat bacteriën doodt.

Leg uit dat het gebruik van een antibioticum slecht kan zijn voor je darmflora.

4 lines
11.

In afbeelding 3 zie je vier planten. Welke planten kunnen zich voortplanten door sporen? Er zijn twee antwoorden goed.

a)

den

b)

mos

c)

paardenbloem

d)

varen

12.

Wat is juist? Er kunnen twee antwoorden mogelijk zijn

a)

Een plant heeft Geen celwand

b)

Een plant kan zich voortplanten door middel van sporen en zaden

c)

Een plant heeft Altijd bloemen

d)

Een plant heeft bladgroenkorrels

13.

Welke dieren zijn gewervelde dieren?

Er zijn twee antwoorden goed.

a)

inktvis

b)

krokodil

c)

regenworm

d)

slang

e)

vlieg

14.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

– Hij haalt adem via kieuwen.

– Hij heeft een huid bedekt met schubben en slijm.

– Hij legt eieren zonder schaal.

Wat voor dier is dit?

a)

een amfibie

b)

een reptiel

c)

een vis

d)

een vogel

15.

Wat voor skelet hebben geleedpotigen?

a)

inwendig skelet

b)

uitwendig skelet

c)

geen skelet

16.

Hoe plant een bacterie zich voort?

a)

deling

b)

sporen

c)

naaktzadig

d)

bedektzadig

17.

Op welk nummer moet het kenmerk 'knoppen afwisselend om en om' staan?

a)

op nummer 1

b)

op nummer 2

c)

op nummer 3

d)

op nummer 4

18.

Je kunt onderscheid maken tussen nuttige en schadelijke bacteriën.

Wanneer zijn bacteriën nuttig voor de mens en de natuur? Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

bij het bederven van voedsel

b)

bij het maken van voedingsmiddelen

c)

bij het opruimen van andere organismen

d)

bij het veroorzaken van ziekten

19.

In afbeelding 5 is een zeepaardje getekend. Zeepaardjes leven in de zee. Het vrouwtje legt eieren in een broedzak op de buik van het mannetje. Het mannetje broedt de eieren uit en na verloop van tijd zwemmen de jongen uit de broedzak. Zeepaardjes leven van kleine diertjes en plantjes in het water. Ze halen adem via kieuwen.


Tot welke groep van de gewervelde dieren behoren zeepaardjes?

4 lines
20.

Een organisme heeft de volgende kenmerken:

– De cellen hebben een celkern.

– Om de cellen zitten geen celwanden.

– In de cellen zitten geen bladgroenkorrels.

Bij welke groep hoort dit organisme?

a)

bacteriën

b)

dieren

c)

planten

d)

schimmels