wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

wonen

Total questions: 15

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wie is de hypotheekgever en wie is de hypotheeknemer?

a)

De bank is de hypotheekgever en de toekomstig eigenaar van de woning de hypotheeknemer

b)

Dat hangt van de situatie af, ze kunnen allebei hypotheeknemer of hypotheekgever zijn

c)

De bank is de hypotheeknemer en de toekomstig eigenaar van de woning de hypotheekgever

d)

Geen van de bovenstaande antwoorden is juist

2.

Welke van de genoemde posten mogen van je bruto-inkomen afgetrokken worden voor de berekening van je te betalen belasting?

a)

Hypotheekrente, pensioenpremie, kosten woon-werkverkeer, ziekte- en studiekosten, giften aan geregistreerde goede doelen

b)

Hypotheekrente, pensioenpremie, kosten openbaar vervoer, ziekte- en studiekosten, giften aan goede doelen

c)

Hypotheekrente, pensioenpremie, kosten woon-werkverkeer via openbaar vervoer, ziekte- en studiekosten, giften aan goede doelen

d)

Hypotheekrente, pensioenpremie, kosten woon-werkverkeer, ziekte- en studiekosten, giften aan verenigingen

3.

Los het bijgaande raadsel op:

a)

19

b)

16

c)

17

d)

15

4.

Wat is een voordeel van een huis huren ten opzichte van een huis kopen?

a)

Huren is goedkoper dan kopen en je kan altijd een huurtoeslag ontvangen.

b)

Huren is goedkoper dan kopen en je kan altijd een eigenwoningforfait ontvangen.

c)

Huren geeft meer flexibiliteit en meer verantwoordelijkheid

d)

Huren geeft de mogelijkheid voor een huurtoeslag vanuit de overheid. Bij kopen is dat niet.

5.

Welke stelling is juist en onjuist:

I het verschil tussen bruto - en nettomaandlasten is het belastingvoordeel voor het bedrijf

II voor een bedrijf is de hypotheekrente een kostenpost en dus betaalt het bedrijf er geen belasting over

a)

Stelling I is juist en stelling II is juist

b)

Stelling I is juist en stelling II is onjuist

c)

Stelling I is onjuist en stelling II is juist

d)

Stelling I is onjuist en stelling II is onjuist

6.

Waarom wordt de regeling rond de aftrek van de hypotheekrente voor de inkomstenbelasting afgeschaft?

a)

Die regeling wordt onder andere afgeschaft om het kopen van huizen te stimuleren

b)

Die regeling wordt onder andere afgeschaft omdat de huizenprijzen teveel daalden

c)

Die regeling wordt onder andere afgeschaft omdat het de overheid heel veel geld kostte

d)

Die regeling wordt afgeschaft omdat huiseigenaren hun huis niet meer te koop zetten

7.

Welk type lening wordt hier afgebeeld?

a)

Annuïteitenhypotheeklening

b)

Spaarhypotheeklening

c)

Lineaire hypotheeklening

d)

Lineaire lening

8.

Wat is een progressief belastingstelsel?

a)

Een belastingstelsel waarbij je bij een hoger inkomen meer belasting betaalt

b)

Een belastingstelsel waarbij je steeds meer belasting gaat betalen in de tijd

c)

Een belastingstelsel waarbij je bij een hoger inkomen relatief minder belasting betaalt

d)

Een belastingstelsel waarbij je bij een hoger inkomen een hoger percentage belasting betaalt

9.

Wat is een belastbaar inkomen?

a)

Het bruto-inkomen minus de loonheffing

b)

Het bruto-inkomen minus de belastingen

c)

Het bruto-inkomen minus de aftrekposten

d)

Het bruto-inkomen minus de hypotheekrente

10.

Wat is het verschil tussen een hypotheek en een persoonlijke lening?

a)

Er is geen verschil, beide zijn hetzelfde

b)

Een hypotheek is altijd voor ontroerend goed, terwijl een persoonlijke lening voor andere doeleinden kan zijnt

c)

Een hypotheek heeft meestal een lagere rente dan een persoonlijke lening

d)

Een hypotheek is een lening zonder onderpand, terwijl een persoonlijke lening dat wel heeft

11.

Wat zijn de gevolgen van het niet betalen van hypotheeklasten?

a)

Je zou je huis kunnen verliezen door gedwongen verkoop

b)

Er zijn uiteindelijk weinig gevolgen, in Nederland zetten ze je huis niet uit.

c)

Je krijgt een forse boete, maar je huis blijft veilig

d)

Je kunt een negatieve kredietscore krijgen en komt op een 'zwarte lijst' (geen andere leningen meer)

12.

Wat is een eigenwoningforfait?

a)

Een bedrag dat je af mag trekken van de belasting die je moet betalen

b)

Een bedrag dat je af mag trekken van je hypotheekrente

c)

Een bedrag dat je af moet trekken van je hypotheekrente om af te trekken van je belasting die je moet betalen

d)

Een bedrag dat je af moet trekken van je hypotheekrente om af te mogen trekken van je bruto-inkomen

13.

Wat is een hypotheekofferte?

a)

Een contract dat je moet ondertekenen om een huis te kopen

b)

Een lijst van huizen die te koop staan met hypotheekmogelijkheden

c)

Een voorstel van de bank om een lening te verstrekken zonder voorwaarden

d)

Een document waarin de voorwaarden van een hypotheek worden beschreven

14.

Welk cijfer geef je je zelf voor het weten, kennen en begrijpen van Hoofdstuk 6 over Wonen?

a)

1-3

b)

4-5

c)

6-7

d)

8-10

15.

Waarom mag een bedrijf geen hypotheekrente aftrekken van haar winst?

a)

Deze regeling geldt alleen voor particulieren

b)

Een bedrijf betaalt nooit inkomstenbelasting

c)

Een bedrijf trekt al de rente af als kosten.

d)

De overheid wil eigenwoningbezit vooral stimuleren bij particulieren en niet bij bedrijven