wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

2.

Waarmee kan je cellen vergelijken?

a)

Lijm

b)

Lego

c)

Dieren

d)

Planten

3.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

4.

Cellen zijn plat

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

7.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

8.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

10.

Waar pak je een microscoop aan vast?

a)

De statief

b)

De tubus

c)

De oculair

d)

De tafel

11.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

12.

Wat is tussencelstof?

a)

Een stof die tussen de cellen van weefsels zit

b)

Een stof die tussen verschillende weefsels zit

c)

Een ander woord voor weefsel

d)

Een orgaan

13.

Huidmondjes kunnen zichzelf sluiten

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wie hebben er allemaal huidmondjes?

a)

Alle organismen

b)

Mensen

c)

Planten

d)

Dieren