wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Welke bewering over de jonge planten is juist?
a)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
b)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
c)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
d)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
2.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
3.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
4.
Zaadcellen worden gevormd door ?
a)
Meiose 
b)
Mitose 
c)
Gewone celdeling 
5.
Hoe wordt het genoemd al allen dieren met bepaalde eigenschappen worden gebruikt om mee te fokken?
a)
Kunstmatigselectie 
b)
Veredeling
c)
Ongeslachtelijke voortplanting 
6.

Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

7.

Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen?

a)

ja

b)

nee

8.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

bij de vorming van de eicel

b)

bij de bevruchting

c)

bij de geboorte

9.

Waardoor ontstaat het fenotype?

a)

genotype

b)

invloeden uit het milieu

c)

geen van beiden

d)

zowel genotype als invloeden vanuit het milieu

10.

Wanneer een organisme voortplant met verschillende geslachtscellen noemen we dat

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtsgemeenschap

d)

Klonen

11.

Wat is geen voorbeeld van ongeslachtelijke voortplanting

a)

Het maken van knollen door een plant

b)

Het vermeerderen van planten door stekken

c)

Het vermeerderen van planten door weefselkweek

d)

Het ontstaan van zaden

12.

Wat is het fenotype van het blonde meisje?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa