wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 12

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Er is deze week veel gebeur...

a)

gebeurt

b)

gebeurd

c)

gebeurdt

2.

Zij beantwoor... alle vragen op de juiste manier.

a)

beantwoordt

b)

beantwoord

c)

beantwoort

3.

Zijn antwoord verander... vast nog een paar keer.

a)

verandert

b)

veranderd

c)

veranderdt

4.

Hij vin... het erg spannend.

a)

vint

b)

vindt

c)

vind

5.

Als hij door de stad wandel..., wor... het hem al snel te veel.

a)

wandelt - word

b)

wandeld - wordt

c)

wandelt - wordt

6.

De buurvrouw verzorg... onze planten tijdens de vakantie.

a)

verzorgt

b)

verzorgdt

c)

verzorgd

7.

De buurvrouw heeft tijdens de vakantie onze planten verzorg...

a)

verzorgd

b)

verzorgt

8.

De buurvrouw verzorg... vroeger altijd onze planten tijdens de vakantie.

a)

verzorgte

b)

verzorgde

9.

Hij beloof... haar eeuwige trouw.

a)

beloofd

b)

belooft

c)

beloofdt

10.

De buurman vertel... altijd mooie verhalen.

a)

verteldt

b)

verteld

c)

vertelt

11.

Zij hou... van haar zus.

a)

houd

b)

houdt

c)

hout

12.

't Kofschip gebruik je alléén in de verleden tijd.

a)

Waar

b)

Niet waar