NEW
Font size
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 12
Worksheet time: 4mins
Er is deze week veel gebeur...
gebeurt
gebeurd
gebeurdt
Zij beantwoor... alle vragen op de juiste manier.
beantwoordt
beantwoord
beantwoort
Zijn antwoord verander... vast nog een paar keer.
verandert
veranderd
veranderdt
Hij vin... het erg spannend.
vint
vindt
vind
Als hij door de stad wandel..., wor... het hem al snel te veel.
wandelt - word
wandeld - wordt
wandelt - wordt
De buurvrouw verzorg... onze planten tijdens de vakantie.
verzorgt
verzorgdt
verzorgd
De buurvrouw heeft tijdens de vakantie onze planten verzorg...
verzorgd
verzorgt
De buurvrouw verzorg... vroeger altijd onze planten tijdens de vakantie.
verzorgte
verzorgde
Hij beloof... haar eeuwige trouw.
beloofd
belooft
beloofdt
De buurman vertel... altijd mooie verhalen.
verteldt
verteld
vertelt
Zij hou... van haar zus.
houd
houdt
hout
't Kofschip gebruik je alléén in de verleden tijd.
Waar
Niet waar
