wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Landschap van Nederland

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Wij leven nu in het:
a)
Holoceen
b)
Saalien
c)
Weichselien
d)
Preglaciaal
2.
Wat is er in het Saalien achtergebleven in het landschap? 
a)
Stuwwallen, klei, keileem
b)
Stuwwallen, klei, zerfkeien
c)
Stuwwallen, glaciale bekkens, keileem
d)
Stuwwallen, glaciale bekkens en klei
3.
Tot waar kwam het landijs in Nederland/
a)
Amsterdam - Amersfoort
b)
Amsterdam - Utrecht
c)
Haarlem - Utrecht- Arnhem
d)
Haarlem-Utrecht-Nijmegen
4.
In het Weichselien heeft de wind in Nederland achtergelaten: 
a)
Klei en dekzand
b)
Klei en Loss
c)
Loss en Dekzand
d)
Loss en zwartzand
5.
Loss ligt ALLEEN in:
a)
Noord-Limburg
b)
Heel Limburg
c)
Midden-Limburg
d)
Zuid-Limburg
6.
Keileem ALLEEN is te vinden in:
a)
Noord-Nederland
b)
Oost-Nederland
c)
Zuid-Nederland
d)
West-Nederland
7.
In het Weichselien had Nederland een:
a)
Toendra klimaat
b)
IJskap
c)
Warm klimaat
d)
Gematigd klimaat
8.
De Saale-ijstijd is hetzelfde als:
a)
Saalien
b)
Weichselien
c)
Holoceen
d)
Preglaciaal
9.
Wat is verwering?
a)
Uiteenvallen van gesteente door wind en rivieren
b)
Uiteenvallen van gesteente door weer en planten.
c)
Het afschuren van steen door wind
d)
Het puin aan het einde van een gletsjer
10.
Wat is erosie?
a)
Het afschuren van stenen door water, ijs of wind
b)
Het afbrokkelen van gesteente
c)
Gletsjers die puin mee nemen
d)
De grens tussen twee stroomgebieden
11.
Wat is een gletsjer?
a)
IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift
b)
IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift. 
c)
IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift. 
12.
Wat is klei?
a)
De kleinste korreltjes sediment die alleen met een microscoop te zien zijn.
b)
De grootste korreltjes sediment die alleen met een microscoop te zien zijn. 
c)
De kleinste korreltjes sediment die met het blote oog te zien zijn. 
d)
De grootste korreltjes sediment die met het blote oog te zien zijn. 
13.
Wat is een ander woord voor het uiterlijk van het gebied?
a)
Landschap
b)
Bodemgebruik
c)
Grondgebruik
d)
Cultuurlandschap?
14.
Dedemsvaart ligt in...
a)
Hoog Nederland
b)
Laag Nederland
c)
Zuid Nederland
d)
Rivierkleilandschap
15.
Als we het met Aardrijkskunde over NAP hebben bedoelen we?
a)
Nationale Auto Pas
b)

Nationaal Amsterdams Peil

c)
Normaal Amsterdams Peil
d)
Nederlands Amsterdams Peil
16.
Welk landschap zie je op de foto?
a)
Zeekleilandschap
b)
Duinlandschap
c)
Rivierkleilandschap
d)
Zandlandschap
17.
De Lemelerberg is een voorbeeld van...
a)
Cultuurlandschap
b)
Menselijke bouwsteen
c)
Hoogtelijnen
d)
Een stuwwal
18.
Kleilandschap vindt je vooral
a)
Achter de duinen
b)
In de buurt van zee of rivieren
c)
In Limburg
d)
In Midden-Nederland door het ijs
19.

Waarom is niet in heel Nederland veenlandschap?

a)
Niet overal groeien plantenresten
b)
Niet alle plantenresten komen in water terecht
c)
Veen vindt je in heel Nederland
d)
Veen? Wat is da?
20.
Een hunebed is een voorbeeld van?
a)
Natuurlijke bouwstenen
b)
Natuurlandschap
c)
Cultuurlandschap
d)
Een terp
21.

Een mooi park vol met hoge bomen, is

a)

cultuurlandschap

b)

natuurlandschap

22.

Veengrond heeft te maken met

a)

klei

b)

planten

c)

zand

d)

loss

23.

Een terp

a)

is gemaakt door mensen

b)

is gemaakt door de natuur

24.

Welke bodem is er armer aan voedingsstoffen voor de gewassen?

a)

Leem

b)

Klei

c)

Zand

25.

Wat zijn kenmerken van vlechtende rivieren? 2 antwoorden zijn goed

a)

Brede, ondiepe geulen

b)

Geulen die splitsen en bijelkaar komen

c)

Rechte, diepe geulen

26.

Hier zie je een. plaatje van een bos. Op welke grondsoort groeit het bos meestal?

a)

Klei

b)

Veen

c)

Zand

d)

Duin