wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Systeem Aarde H1+H2

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welke theorie past het beste bij: •“Het heden is de sleutel tot het verleden”

a)

actualiteitsprincipe

b)

catastrofisme

c)

creationisme

d)

darwinisme

2.

Een vulkaanuitbarsting wordt veroorzaakt door endogene krachten

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Erosie wordt veroorzaakt door exogene krachten

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Een tsunami wordt veroorzaakt door exogene krachten

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Welke 'schil' hoort er bij de omschrijving: '3500 km dik, veel ijzer, vast materiaal'

a)

aardkorst

b)

aardmantel

c)

binnenkern

d)

buitenkern

6.

De continentale korst is dikker dan de oceanische korst

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

De continentale korst is zwaarder dan de oceanische korst.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

De .....korst bestaat vooral uit basalt.

a)

continentale

b)

oceanische

9.

De asthenosfeer is vloeibaarder dan de lithosfeer

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Weke 'sfeer' wordt hier grotendeels op de foto afgebeeld?

a)

atmosfeer

b)

biosfeer

c)

hydrosfeer

d)

lithosfeer

11.

Weke 'sfeer' wordt hier op de foto afgebeeld?

a)

armosfeer

b)

biosfeer

c)

hydrosfeer

d)

lithosfeer

12.

Gneis is een gesteente die oorspronkelijk is ontstaan uit kleideeltjes. Het is een...

a)

metamorfe gesteente

b)

sedimentgesteente

c)

stollingsgesteente

13.

Op de foto zie je tanden van de Mosasaurus in een gesteente. Dit is een........

a)

metamorfe gesteente

b)

sedimentgesteente

c)

stollingsgesteente

14.

Door het radioactief verval te meten in een gesteente kun je de. ...................................ouderdomsbepaling (=in exacte jaren)vastleggen.

a)

absolute

b)

relatieve

15.

In de meeste gevallen is het zo dat de bovenste laag

jonger is dan de onderste. Dit is de Wet van Superpositie. Dit hoort bij....................................ouderdomsbepaling.

a)

absolute

b)

relatieve

16.

Alfred Wegener kwam begin 20e eeuw met de theorie van:

a)

absolute ouderdomsbepaling

b)

actualiteitsprincipe

c)

continental drift

d)

relatieve ouderdomsbepaling

17.

Na de dood van Wegener werd er bewijs gevonden voor zijn continental drift door Arthur Holmes. Hij ontdekte ....

a)

convectiestromen

b)

paleomagnetisme

c)

ridge push

d)

slab pull

18.

Wat hoort NIET bij paleomagnetisme?

a)

het is een bewijs dat platen verschuiven

b)

het is zichtbaar bij mid-oceanische ruggen

c)

de ijzerhoudende deeltjes in de korst wijzen richting het magnetisch punt op aarde

d)

het magnetisch punt is een vaste locatie op aarde

19.

Wat is GEEN hoofdtype qua plaatbeweging?

a)

convergentie

b)

divergentie

c)

subductie

d)

transform/transversaal

20.

Bij welk type plaatbeweging en soort platen ontstaan plooiingsgebergten?

a)

convergentie, 2 continentale platen

b)

convergentie, 1 continentale en 1 oceanische plaat

c)

convergentie, 2 oceanische platen

d)

subductie, 2 oceanische platen

21.

Bij welk type plaatbeweging en soort platen ontstaan troggen?

a)

Convergent: 2 continentale platen

b)

Convergent: 2 oceanische platen

c)

Divergent: 2 oceanische platen

d)

Transform: 1 continentale en 1 oceanische plaat

22.

Wat zie je op de figuur ? Bij welk type plaatbeweging ontstaat dit landschap?

a)

Mid-oceanische rug: divergentie

b)

Mid-oceanische rug: convergentie

c)

Vulkanische eilandenboog: divergentie

d)

Vulkanische eilandenboog: convergentie

23.

Wat zie je op de figuur ? Bij welk type plaatbeweging ontstaat dit landschap?

a)

Mid-oceanische rug: divergentie

b)

Mid-oceanische rug: convergentie

c)

Vulkanische eilandenboog: divergentie

d)

Vulkanische eilandenboog: convergentie

24.

Welk kenmerk past bij de transforme plaatbeweging?

a)

gebergtevorming

b)

subductie

c)

vulkaanuitbarstingen

d)

zware aardbevingen

25.

Een aardbeving met een magnitude van 7 op de Schaal van Richter is ...x sterker dan een aardbeving van 5.

a)

1x

b)

2x

c)

10x

d)

100x

26.

Welk vulkaantype zie je op de figuur?

a)

caldera

b)

schildvulkaan

c)

stratovulkaan

27.

Een schildvulkaan ontstaat door dikke, stroperige lava.

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

Stratovulkanen kennen explosieve uitbarstingen.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Bij de evenaar vallen de zonnestralen loodrecht in. Hier is een energie-overschot.

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Op de Noord-en Zuidpool is de stralingsbalans lager door het albedo-effect.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Rondom de evenaar vind je een

a)

hoge luchtdrukgebied

b)

lage luchtdrukgebied

32.

Lucht verplaatst zich altijd van

a)

een hoge naar een lage luchtdrukgebied

b)

een lage naar een hoge luchtdrukgebied

33.

Op het noordelijk halfrond krijgt de wind een afwijking naar..................Dit is de Wet van Buys-Ballot.

a)

links

b)

rechts

34.

In juli verschuift de ITCZ(lage luchtdrukgebied rondom de evenaar) naar....

a)

het noorden

b)

het zuiden

35.

In de maand juli heerst de

a)

noordoost moesson

b)

noordwest moesson

c)

zuidoost moesson

d)

zuidwest moesson

36.

Hoe noem je de winden tussen de evenaar en hogedrukgebieden op 30 NB en 30 ZB?

a)

passaten

b)

poolwinden

c)

westenwinden

37.

Zout water zakt eerder naar de bodem dan zoet water.

a)

Juist

b)

Onjuist

38.

Koud water zakt eerder naar de bodem dan warm water.

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Welk klimaat(volgens Köppen) zie je op de figuur?

a)

Cf

b)

Cs

c)

Df

d)

Dw

40.

Welk klimaat(volgens Köppen) zie je op de figuur?

a)

Aw

b)

As

c)

BS

d)

BW

41.

Op de foto zie je een voorbeeld van chemische verwering

a)

Juist

b)

Onjuist

42.

In een tropisch regenwoud vind chemische veweing sneller plaats dan op de Noord- of Zuidpool.

a)

Juist

b)

Onjuist

43.

Wat wordt er bedoeld met een glaciale transportkracht? Verplaatsing door:

a)

landijs

b)

rivier

c)

wind

d)

zee

44.

Een U-dal wordt gemaakt door

a)

landijs

b)

rivieren

c)

wind

d)

zee

45.

In welk deel van de rivier is de stroomsnelheid het laagst?

a)

bovenloop

b)

benedenloop

c)

middenloop

d)

nergens

46.

Welk materiaal zal in de bovenloop worden afgezet?

a)

fijn grind

b)

klei

c)

silt

d)

zand

47.

In welk deel van de rivier is er sprake van breedte-erosie ?

a)

benedenloop

b)

bovenloop

c)

middenloop

48.

Bij een meander is de stroomsnelheid in de binnenbocht hoger dan in de buitenbocht.

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

Wat is de andere naam voor de transportkracht van wind?

a)

eolisch

b)

fluviatiel

c)

glaciaal

d)

marien

50.

Wat is typerend voor een deltakust?

a)

de rivier eindigt in zee

b)

de rivier bereikt de kust als één geheel

c)

de rivier vertakt in de benedenloop

d)

de kust bestaat altijd uit zand