wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Samenklank Periode 3 Klas 1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe lang duurt deze noot en hoe heet ie?

a)

halve noot 2 tellen

b)

kwartnoot 1 tel

c)

hele noot 4 tellen

2.

Hoe lang duurt deze noot en hoe heet ie?

a)

halve noot 2 tellen

b)

kwart noot 1 tel

c)

hele noot 4 tellen

3.

Hoe lang duurt deze noot en hoe heet ie?

a)

Halve noot 2 tellen

b)

Kwart noot 1 tel

c)

Achtste noot 1/2 tel

4.

Hoe lang duurt deze noot en hoe heet ie?

a)

achtste noot 1/2 tel

b)

kwart noot 1 tel

c)

zestiende noot 1/4 tel

5.

Hoe lang duurt deze rust en hoe heet ie?

a)

halve rust 2 tellen

b)

kwart rust 1 tel

c)

hele rust 4 tellen

6.

hoe lang duurt deze rust en hoe heet ie?

a)

hele rust 4 tellen

b)

halve rust 2 tellen

c)

achtste rust 1/2 tel

7.

Hoe lang duurt deze rust en hoe heet ie?

a)

kwart rust 1 tel

b)

halve rust 2 tellen

c)

achtste rust 1/2 tel

8.

Wat wordt hiermee bedoelt?

a)

4 gedeeld door 4

b)

4 kwartsmaat: 4 tellen in de maat

c)

4 maten rust

9.

Wat doet een punt achter de noot?

a)

Het einde van de zin

b)

De noot wordt korter gespeeld

c)

Er komt 50 % bij de noot op: hij wordt langer

10.

Dit teken tussen de noten noemen we een

a)

Een apart-boog. de noten worden apart van elkaar gespeeld

b)

een legato-boog. De noten worden uitgesmeerd

c)

verbindings-boog: de noten worden samen gevoegd

11.

De dubbele streep met de dubbele puntjes zijn:

a)

herhalingstekens

b)

het begin en het einde van het lied

c)

geeft aan dat dit stuk zachter gespeeld moet worden

12.

Een saxofoon behoort tot de:

a)

Koperblazers: Een saxofoon is van koper

b)

Houtblazers: In het mondstuk zit riet

c)

Bladblazers: Je kan een saxofoon hiervoor prima gebruiken in de herfst

13.

Dit is een

a)

hoorn

b)

trompet

c)

schuiftrombone

14.

Dit is een elektrische gitaar

a)

Deze heeft 5 snaren

b)

Deze heeft 6 snaren

c)

Deze heeft 7 snaren

15.

Hoe verander je bij een trompet de toon?

a)

Alleen met lipspanning

b)

Alleen met de ventielen (knoppen)

c)

Met lipspanning en de ventielen

16.

Akkoord

a)

Samenklank van 3 of meer tonen

b)

Instrumentaal voorspel

c)

Instrument speelt samen het orkest

17.

Eenstemmig

a)

Alle instrumenten spelen een andere melodie

b)

Alle instrumenten spelen dezelfde melodie

c)

Dit kan alleen als je alleen zingt of speelt

18.

Meerstemmig

a)

Je zingt met een groep dezelfde melodie

b)

Met de stem nadoen van een drummachine

c)

Er klinken 2 of meer melodieën samen

19.

Vierstemmig

a)

Meerstemmigheid met 4 stemmen

b)

Meerstemmigheid met 2 stemmen

c)

Eenstemmigheid met 1 stem

20.

Akkoordenschema

a)

Samenklank van drie of meer tonen

b)

Bepaalde volgorde van akkoorden achter elkaar

c)

instrumentaal einde van een nummer