wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

team 3 weekritme 2 stap 3

Total questions: 28

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Welke sector hebben we niet op PPL?

a)

Natuur

b)

Supermarkt

c)

Voeding en dienstverlening

d)

Techniek

2.

Welke producten niet worden in een supermarkt verkocht?

a)

bananen

b)

fietsbanden

c)

servetten

d)

tandenstokers

e)

inbussleutel

3.

Welke beroepen horen bij de sector Natuur?

a)

Hovenier

b)

Werken bij stox

c)

RD4; legen van de groencontainers

d)

verwisselen van een band

4.

Welke beroepen horen bij de sector Techniek?

a)

Verkoper bij Gamma

b)

Timmerman

c)

Stukadoor

d)

Interieurverzorger

5.

Het begin van een brief, bv beste Joep, heet...

a)

De afsluiting

b)

De inhoud

c)

De aanhef

d)

De alinea

6.

Bij welke beroepen verleen je een dienst?

a)

Kapper

b)

Slager

c)

Bakker

d)

Politie

7.

Bij welke beroepen verkoop je een product?

a)

Doktersassistent

b)

Fysiotherapeut

c)

Inpakker

d)

Bijrijder CoolBlue

8.

Op welke manieren kun je de juiste route zoeken?

a)

Op een plattegrond

b)

Met een kompas

c)

Google Maps

d)

Op goed geluk

9.

Wat is een productieproces?

a)

De manier die gebruikt wordt om een apparaat te bedienen

b)

De producten die gebruikt worden om bv een keuken compleet te krijgen

c)

De volgorde waarop je tot een eindproduct of eindbestemming komt

d)

De route die je moet lopen om al je producten te verzamelen

10.

Beschrijf een productieproces van jouw stagebedrijf

4 lines
11.

Wat betekent het woord 'locatie'?

a)

Lokaal

b)

Plaats

c)

Eindbestemming

d)

Speciaal

12.

Wat betekent het woord 'route'?

a)

De kaart waarop je de stad kunt zien

b)

De weg die je neemt om van a naar b te komen

13.

Welke antwoorden zijn correct?

a)

Je moet altijd eindigen met de woorden 'met vriendelijke groet'

b)

Het begin van een zin begin je altijd met een hoofdletter

c)

Het is verplicht om een datum boven je bericht te schrijven

d)

Als je een brief of e-mail schrijft, moet je een aanhef, inhoud en afsluiting schrijven

14.

Waar moet je op letten als je een route opzoekt?

a)

Of de straat in de juiste stad of dorp ligt, om zeker te weten dat je de juiste eindbestemming hebt. De akerstraat ligt bv in Hoensbroek en in Heerlen

b)

Dat je kijkt of ergens wel mag lopen of rijden

c)

Dat je goed kijkt in welke richting je moet gaan, dus dat je de kaart 'goed om' hebt

d)

Of er openingstijden zijn voor bepaalde wegen

15.

Wat betekent 'CO-2 voetafdruk'?

a)

Wat jouw aandeel is in de C02-uitstoot

b)

De grootte van je schoenen met werkschoenen aan

16.

Waarvoor gebruik je een magazijn?

a)

Om producten op te slaan

b)

Dat is een veilige plek waar je jezelf mag-zijn

17.

Wat bedoelt men met 'voorraad'?

a)

Dat je moet raden of iets voor of achter is

b)

Alle producten die in bv een magazijn zijn opgeslagen

18.

Wat zijn activiteiten in een magazijn?

a)

Ontvangst van goederen

b)

Opslag van producten

c)

Goederen verzamelen en verzenden

19.

Wat is een 'paklijst'?

a)

Een lijst waarop staat wat je wel of niet mag pakken

b)

Een overzicht van bestelde producten

20.

Wat is de 'S-shape-methode'?

a)

De kortste route om alle bestelde producten in een magazijn te verzamelen

b)

Een nieuwe manier van sporten om 'in shape' te komen

21.

Wat houdt 'arbeidsverdeling' in?

a)

Opdelen van het werkproces

b)

Iedereen krijgt een specialisatie

c)

Iedereen neemt een stukje van het productieproces voor z'n rekening

22.

Producten bestaat uit 2 onderdelen, namelijk...

a)

Goederen

b)

Voorraad

c)

Diensten

d)

Bestellingen

23.

Wat zijn goederen?

a)

Producten die nog niet over de datum zijn

b)

Producten die je kunt aanraken

c)

Producten die je niet kunt aanraken

24.

Wat zijn 'diensten'?

a)

Producten die je niet kunt aanraken, zoals een knipbeurt

b)

De tijden waarop je moet werken

25.

Als je in de sector techniek werkt, dan...

a)

Werk je in een keuken van een kantine

b)

Werk je graag met je handen

c)

Werk je soms met (grote) machines

d)

Je vindt het leuk om buiten te zijn

26.

Als je in de sector economie&handel werkt, dan...

a)

Werk je bijvoorbeeld achter de kassa

b)

Geef je hulp aan mensen die dat nodig hebben

c)

Werk je graag met dieren

d)

Werk je graag met cijfers

27.

Als je in de sector natuur werkt, dan

a)

Werk je graag met dieren

b)

Werk je achter de kassa

c)

Ben je graag buiten bezig

d)

Repareer je bijvoorbeeld fietsen

28.

Noem je wensberoep en vertel waarom je dat vindt

4 lines