wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat hst 3 NN vwo 2

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat kenmerkt een vast voorzetsel? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Een vast voorzetsel staat op een vaste plaats.

b)

Een vast voorzetsel wordt bepaald door een werkwoord, een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord.

c)

Een vast voorzetsel kun je niet zomaar vervangen door een ander voorzetsel.

d)

Een vast voorzetsel heeft vaak een letterlijke betekenis.

e)

Een vast voorzetsel heeft vaak een figuurlijke betekenis.

2.

In welke zin is 'op' een vast voorzetsel?

a)

Op een dag besloot hij te stoppen met roken.

b)

Ik reken op je medewerking.

c)

Hans tennist het liefst op een gravelbaan.

d)

Mireille legt haar horloge altijd op haar nachtkastje.

3.

In welke zin is 'aan' een vast voorzetsel?

a)

Hang je jas maar aan het haakje!

b)

Ik erger me echt aan jouw eeuwige geklaag.

c)

Aan de kant van de weg lag een gewonde vogel.

d)

De boot komt over een halfuur aan in Bari.

4.

In welke zin is 'in' een vast voorzetsel?

a)

De koekjes heb ik in de trommel gedaan.

b)

Hij heeft dat werkstuk in drie dagen geschreven.

c)

Jari reed met zijn dronken kop zo de sloot in.

d)

Wat heb ik een zin in pizza!

5.

Welke zin bevat geen voorzetseluitdrukking?

a)

Het kleine meisje liep aan de hand van haar vader.

b)

De container werd met behulp van een hijskraan aan boord van het vrachtschip getakeld.

c)

Aan de hand van sporen in de sneeuw vonden de jagers het vossenhol aan de bosrand.

d)

In verband met werkzaamheden is de straat afgesloten.

6.

Welk vaste voorzetsel past in onderstaande zin?


De winkelier ontfermde zich ... het zwerfkatje.

a)

om

b)

met

c)

over

d)

van

7.

Mijn vriend heeft veel kritiek ... het beleid van Hugo de Jonge.

a)

om

b)

op

c)

in

d)

van

8.

Welke twee voorzetsels passen in deze zin?


Hajo is zich niet bewust ... de invloed die zijn pesterijen hebben ... zijn klasgenoten.

a)

over, van

b)

van, in

c)

over, op

d)

van, op

9.

Welke twee voorzetsels passen in deze zin?


Door een ernstig ongeluk is de A13 ... hoogte ... Delft-Noord voorlopig dicht.

a)

op, van

b)

op, in

c)

ter, in

d)

ter, van

10.

Welke twee voorzetsels passen in deze zin?


... antwoord ... uw mail van 5 januari deel ik u het volgende mee.

a)

met, van

b)

in, op

c)

met, op

d)

in, van

11.

Welk vaste voorzetsel hoort bij 'beslag leggen'?

a)

van

b)

om

c)

op

d)

in

12.

Welk vaste voorzetsel hoort bij 'zich conformeren'?

a)

aan

b)

met

c)

van

d)

in

13.

Welk vaste voorzetsel hoort bij 'zijn toevlucht nemen'?

a)

naar

b)

tot

c)

van

d)

in

14.

Wat betekent 'fiscus'?

a)

schijf die je kunt werpen

b)

knieschijf

c)

kamerplant

d)

belastingdienst

15.

Wat is 'per se'?

a)

spreektaal voor 'duwen'

b)

inwoners van Perzië

c)

beslist

d)

oude naamvalsvorm van pers

16.

Welke uitdrukking gebruik je om te zeggen dat iemand veel geld uitgeeft?

a)

de tering naar de nering zetten

b)

op grote voet leven

c)

van de hand in de tand leven

d)

Pecunia non olet.

17.

Wat betekent 'een duit in het zakje doen'?

a)

geld geven aan een straatzanger

b)

geld bewaren voor later

c)

een bijdrage leveren

d)

geld opleveren

18.

Wat betekent 'geld in het laatje brengen'?

a)

Geld opleveren

b)

Geld bewaren voor later

c)

Geld verspillen

d)

Geld uitgeven

19.

In welke situatie kun je 'het kwartje is gevallen' gebruiken?

a)

Iemand laat geld op de grond vallen

b)

Iemand verspilt veel geld

c)

Iemand geeft niet om geld

d)

Iemand snapt eindelijk iets

20.

Wat betekent 'stagneren'?

a)

(bijna) tot stilstand komen

b)

zuiveren, verbeteren, op orde brengen

c)

incasseren

d)

uitgeven