wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D3L6 - Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden

Total questions: 18

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Dit is zijn verhaal.

a)

Persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

Persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

Bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

Bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

2.

Ik heb haar nog niet gezien vandaag.

a)

persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

3.

We herinneren ons helemaal niets.

a)

persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

4.

Help je je broer even?

a)

persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

5.

Kan het zijn dat uw boek daar nog ligt?

a)

persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

6.

Ik heb je alles verteld.

a)

persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

7.

Ken je de jongen die daar staat niet? (a)   zit bij mij in de klas.

8.

Goedemorgen jongens en meisjes, weten (a)   waar Jan is?

9.

Gisteren maakten de buren ruzie. We hoorden (a)   luid roepen.

10.

Het huis op de hoek is pas geverfd. (a)   is nu wit en blauw. Vroeger waren de kleuren grijs en oranje.

11.

We schilderden (a)   gezichten in de kleuren van de vlag.

12.

Heb je Harry (a)   schooltas gezien? Cool he! Hij heeft hele mooie keuren erop.

13.

Vanwege het slechte weer kon de boot niet varen.

a)

onbepaald voornaamwoord

b)

lidwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

14.

Hun auto is duurder dan de onze.

a)

Persoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)

b)

Persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)

c)

Bezittelijk voornaamwoord (bijvoeglijk)

d)

Bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

15.

Hoe gaat het met ... ?

(2de persoon enkelvoud)

(a)  

16.

Hoe gaat het met ... hond?

(2de persoon enkelvoud)

(a)  

17.

Hoe gaat het met ... ?

(2de persoon enkelvoud - beleefdheidsvorm)

(a)  

18.

Hoe gaat het met ... dochter?

(2de persoon enkelvoud - beleefdheidsvorm)

(a)