WorksheetsSpelling CITO 2017
Total questions: 20
Worksheet time: 2hrs 40mins
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Ricardo is zijn portefeuille in de treincoupé vergeten.
Ricardo is zijn portefeuille in de treincoupee vergeten.
Ricardo is zijn portefeuile in de treincoupé vergeten.
Ricardo is zijn portefeuile in de treincoupee vergeten.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Het percentage abonementen op een krant is vorig jaar gedaald.
Het percentage abonnementen op een krant is vorig jaar gedaald.
Het persentage abonementen op een krant is vorig jaar gedaald.
Het persentage abonnementen op een krant is vorig jaar gedaald.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
De parlementariers buigen zich over het vredesaccoord.
De parlementariers buigen zich over het vredesakkoord.
De parlementariërs buigen zich over het vredesaccoord.
De parlementariërs buigen zich over het vredesakkoord.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
's Zondags gaan we meestal naar volleybal.
's Zondags gaan we meestal naar vollybal.
Zondag's gaan we meestal naar volleybal.
Zondag's gaan we meestal naar vollybal.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Elke imigrant moet eerst een viesum aanvragen.
Elke imigrant moet eerst een visum aanvragen.
Elke immigrant moet eerst een viesum aanvragen.
Elke immigrant moet eerst een visum aanvragen.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Bij de pindanetjes zie ik regelmatig een winterkoningkje rondfladderen.
Bij de pindanetjes zie ik regelmatig een winterkoninkje rondfladderen.
Bij de pindanetje's zie ik regelmatig een winterkoningkje rondfladderen.
Bij de pindanetje's zie ik regelmatig een winterkoninkje rondfladderen.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Dit dosier gaat over de vermiste facturen.
Dit dosier gaat over de vermiste fakturen.
Dit dossier gaat over de vermiste facturen.
Dit dossier gaat over de vermiste fakturen.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Waarom kun je s' zomers beter katoene kleding dragen?
Waarom kun je s' zomers beter katoenen kleding dragen?
Waarom kun je 's zomers beter katoene kleding dragen?
Waarom kun je 's zomers beter katoenen kleding dragen?
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Het was een briljante ingeving om die ingredieënten samen te voegen.
Het was een briljante ingeving om die ingrediënten samen te voegen.
Het was een brilliante ingeving om die ingredieënten samen te voegen.
Het was een brilliante ingeving om die ingrediënten samen te voegen.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld?
Heeft jouw zonnebril een metale montuur?
Heeft jouw zonnebril een metalen montuur?
Heeft jouw zonnenbril een metale montuur?
Heeft jouw zonnenbril een metalen montuur?
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Ik antwoord altijd met een stralendde glimlach.
Ik antwoord altijd met een stralende glimlach.
Ik antwoordt altijd met een stralendde glimlach.
Ik antwoordt altijd met een stralende glimlach.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Nadat het goud was gezeefd, haasten ze zich naar het dorp.
Nadat het goud was gezeefd, haastten ze zich naar het dorp.
Nadat het goud was gezeeft, haasten ze zich naar het dorp.
Nadat het goud was gezeeft, haastten ze zich naar het dorp.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Wilma ontkend dat zij de roddel heeft verspreid.
Wilma ontkend dat zij de roddel heeft verspreidt.
Wilma ontkent dat zij de roddel heeft verspreid.
Wilma ontkent dat zij de roddel heeft verspreidt.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Lila en Yona proesten het uit toen ze gisteren verkleedkleren pasten.
Lila en Yona proesten het uit toen ze gisteren verkleedkleren pastten.
Lila en Yona proestten het uit toen ze gisteren verkleedkleren pasten.
Lila en Yona proestten het uit toen ze gisteren verkleedkleren pastten.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
De juf probeerd het meisje te troosten.
De juf probeerd het meisje te troostten.
De juf probeert het meisje te troosten.
De juf probeert het meisje te troostten.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Toen ik haar een vraag steldde, vermeed ze me aan te kijken.
Toen ik haar een vraag steldde, vermeedt ze me aan te kijken.
Toen ik haar een vraag stelde, vermeed ze me aan te kijken.
Toen ik haar een vraag stelde, vermeedt ze me aan te kijken.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Mijn nichtje trouwd met de jongen die jarenlang naast haar heeft gewoond.
Mijn nichtje trouwd met de jongen die jarenlang naast haar heeft gewoont.
Mijn nichtje trouwt met de jongen die jarenlang naast haar heeft gewoond.
Mijn nichtje trouwt met de jongen die jarenlang naast haar heeft gewoont.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
De krant berichte over het verzwege verleden van de minister.
De krant berichte over het verzwegen verleden van de minister.
De krant berichte over het verzwege verleden van de minister.
De krant berichtte over het verzwegen verleden van de minister.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Ik vermoed dat Loubna deze mop al kend.
Ik vermoed dat Loubna deze mop al kent.
Ik vermoedt dat Loubna deze mop al kend.
Ik vermoedt dat Loubna deze mop al kent.
In welke zin zijn de onderstreepte woorden allebei goed gespeld? (ww-spelling)
Toen ik mijn sleutels niet terugvond, heb ik de deur geforceerd.
Toen ik mijn sleutels niet terugvond, heb ik de deur geforceert.
Toen ik mijn sleutels niet terugvondt, heb ik de deur geforceerd.
Toen ik mijn sleutels niet terugvondt, heb ik de deur geforceert.
