wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D2L6 - de imperatief

Total questions: 18

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Beweeg regelmatig ondanks de hoge temperatuur!

a)

persoonsvorm (PV)

b)

voltooid deelwoord (VD)

c)

imperatief (IMP)

d)

infinitief (INF)

2.

Lach niet zo met mij!

a)

PV

b)

IMP

c)

VD

d)

INF

3.

Laat mij gerust.

a)

IMP

b)

VD

c)

INF

d)

PV

4.

Welke van deze zinnen bevat(ten) een imperatief?

a)

Maak je je huiswerk nog?!

b)

Doe je jas aan.

5.

Welke van deze zinnen bevat(ten) een imperatief?

a)

Ren niet in de gangen.

b)

Glijden is leuker.

6.

Geef je broer zijn pennenzak terug.

a)

imperatief

b)

geen imperatief

7.

Kies de correcte spelling.

____ je stuur stevig vast.

a)

houd

b)

houdt

8.

Kies de correcte spelling.

_____ voor u.

a)

Kijk

b)

Kijkt

9.

Kies de correcte spelling.

____ voorzichtig!

a)

Rijd

b)

Rijdt

10.

Hoe kan je het verschil zien tussen een imperatief en een persoonsvorm?

4 lines
11.

Wees voorzichtig in het verkeer.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

12.

Vermijd gevaarlijke situaties.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

13.

Antwoord op mijn vraag.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

14.

Vermijdt te veel suiker.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

15.

Beantwoordt mijn vragen eerlijk.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

16.

Help me even met dit probleem.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

17.

'Een bevelende zin is een zin zonder onderwerp.'

juist of fout?

a)

juist

b)

fout

18.

Een imperatiefzin eindigt altijd met een uitroepteken.

juist of fout?

a)

juist

b)

fout