Font size
WorksheetsWerkwoordspelling 08-01-2021
Total questions: 25
Worksheet time: 29mins
Jongens, wat (rennen v.t.) jullie vanmorgen weer hard.
(a)
De automobilist (vergoeden v.t.) de schade.
(a)
Het (interesseren t.t.) mijn niet wie de eerste prijs heeft.
(a)
Ik (verwonden v.t.) me aan het scherpe puntdraad.
(a)
Hendriks (laden v.t.) de kruiwagen vol zand.
(a)
Wij (verblijden v.t.) ons allemaal in zijn herstel.
(a)
Mijn oom (zoeken t.t.) elk jaar kievitseieren.
(a)
Elke zaterdagavond (winden t.t.) ik de klok op.
(a)
Het vliegtuig (landen t.t.) op het weiland.
(a)
(Zuigen t.t.) je broer altijd op zijn vingers?
(a)
(Slachten t.t.) jullie het konijn, dat op de tentoonstelling bekroond is?
(a)
Vader (verbieden v.t.) hem nog zo op het ijs te komen.
(a)
De meester (vermanen v.t.) hem om zijn brutaliteit.
(a)
Elke zaterdag wordt onze tuin (harken).
(a)
Hij (antwoorden v.t.) netjes met twee woorden.
(a)
De jongens (kruipen v.t.) door de heg.
(a)
Alles (getuigen t.t.) tegen hem.
(a)
Waarom heb je ons gisteren niet (groeten)?
(a)
Ik (beduiden t.t.) hem dat hij moet komen.
(a)
Barend heeft nooit zure haring (lusten).
(a)
(Herinneren t.t.) u zich mijn vader nog?
(a)
Ik (vinden t.t.) deze helemaal niet zo belachelijk.
(a)
Waarom (lanterfanten t.t.) jullie de hele dag?
(a)
Vader (betalen v.t.) zijn knechten aan het eind van de week.
(a)
Ik (verbreiden t.t.) dat nieuws niet verder.
(a)
