wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KE4 Sales Basis

Total questions: 12

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste invulling van het

AIDA-model?

a)

Attention, Impression, Desire, Action

b)

Attention, Interest, Desire, Action

c)

Attention, Impression, Doubt, Action

d)

Attention, Interest, Desire, Activity

2.

Wat is intrapersoonlijke communicatie?

a)

Communicatie tussen twee personen

b)

Communicatie van één persoon met zichzelf

c)

Communicatie gericht op emotie

d)

Communicatie gericht op groepen

3.

Wat voor soort model is het

ZBMO-model?

a)

Een management-model

b)

Een online-model

c)

Een verkoop-model

d)

Een communicatiemodel

4.

Wat doet een key-accountmanager?

a)

Het accountmanagement van één specifieke klant bijhouden

b)

Het uitbouwen en onderhouden van klanten met een grote klantwaarde

c)

Het zoeken van nieuwe klanten in een bepaalde regio

d)

Het managen van meerdere accountmanagers

5.

Wat doet een service merchandiser?

a)

Het afhandelen van klachten van klanten

b)

Het bieden van extra service aan grote klanten

c)

Het inrichten en onderhouden van schapruimte in winkels van klanten

d)

Het ondersteunen van accountmanagers bij de verkoop

6.

Wat is een value-added reseller?

a)

Een wederverkoper die meerwaarde toevoegt aan de producten die hij verkoopt

b)

Een inkoper die de waarde van goederen goed kan bepalen

c)

Een wederverkoper die het beste verkoopt van alle wederverkopers

d)

Een inkoper die veel goede deals weet te sluiten

7.

Wat is een kenmerk van een functionele indeling van de salesorganisatie?

a)

Er zijn verschillende functies voor verschillende taken

b)

Er zijn verschillende functie per regio

c)

Er zijn verschillende functies per productgroep

d)

Er zijn verschillende functies per klantgroep

8.

Wat is een suspect?

a)

Een bedrijf dat is aangemerkt als betalende klant

b)

Een bedrijf dat regelmatig grote orders plaatst

c)

Een bedrijf dat vermoedelijk een klant kan worden

d)

Een bedrijf waarmee je in onderhandeling bent voor een order

9.

Waarvoor dient de klantpiramide?

a)

Om klanten in te delen op basis van omzet

b)

Om klanten te kunnen benaderen met communicatie

c)

Om klanten in te schatten op risico

d)

Om klanten in te delen op basis van behoeften

10.

Waar richt een verkoper zich op bij de relatie/advies verkoopmethode?

a)

Op luisteren en productkennis

b)

Op het kiezen van de juiste klanten

c)

Op het oplossen van problemen

d)

Op het onderhouden van contacten

11.

Bij welk type klant wordt het koopgedrag onder andere beïnvloed door motivatie, perceptie, waarnemen en leren, persoonlijkheid en levensstijl?

a)

Consumenten

b)

Zakelijke klanten

c)

Vaste klanten

d)

Nieuwe klanten

12.

Wat is de laatste groep in de adoptiecyclus van een product?

a)

Laggards

b)

Late Majority

c)

Early adaptors

d)

Innovators