wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tentamenvoorbereidingsquiz

Total questions: 22

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke bedrijven zijn verplicht om een jaarrekening te publiceren?

a)

NV

b)

BV

c)

Coöperatie

2.

Welke stelling is juist?

a)

De statische methode bevat een periodieke dotatie aan de post voorzieningen.

b)

De dynamische methode bevat een periodieke dotatie aan de post voorzieningen.

c)

Bij de statische methode wordt permanence toegepast.

d)

De statische en dynamische methode zijn hetzelfde.

3.

Wat is de juiste journaalboeking voor onderstaande gegevens?

Loonstaat december 2020:

Brutoloon €7500

Loonbelasting en premiesvolksverzekeringen €2000

Pensioenpremies €500

Werkgeversdeel werknemerspremies €1160

a)

Loonkosten €8660

Aan te betalen loonheffing €3160

Aan te betalen pensioenpremies €500

Aan te betalen lonen €5000

b)

Te betalen loonheffing €3160

Te betalen pensioenpremies €500

Te betalen lonen €5000

Aan loonkosten €8660

c)

Loonkosten €7500

Aan te betalen loonheffing €2000

Aan te betalen pensioenpremies €500

Aan te betalen lonen €5000

d)

Te betalen loonheffing €2000

Te betalen pensioenpremies €500

Te betalen lonen €5000

Aan loonkosten €7500

4.

Een voorziening is een

a)

bezit

b)

schuld

c)

hulprekening van het eigen vermogen

5.

Welke stap zit NIET in het proces van verkoop op rekening?

a)

Offreren

b)

Order ontvangen

c)

Order versturen

d)

Factureren

6.

Wat is de correcte journaalpost voor een afschrijving van een auto?

a)

Afschrijvingskosten auto

Aan afschrijving auto

b)

Auto

Aan afschrijvingskosten auto

c)

Afschrijving auto

Aan afschrijvingskosten auto

d)

Auto

Aan afschrijving auto

7.

Welke van onderstaande antwoorden zijn general computer controls?

a)

Invoercontroles

b)

Uitvoercontroles

c)

Back-up

d)

Fysieke beveiliging computers

8.

Er moet over de maand december nog een bedrag van €625 toegevoegd worden aan de voorziening debiteuren. Wat is de juiste journaalpost?

a)

Afschrijvingskosten debiteuren €625

Aan Voorzieningen debiteuren €625

b)

Voorzieningen debiteuren €625

Aan Afschrijvingskosten debiteuren €625

c)

Debiteuren €625

Aan Voorzieningen debiteuren €625

d)

Voorzieningen debiteuren €625

Aan Debiteuren €625

9.

Reken uit : 244 * 42 =

a)

96

b)

966

c)

968

d)

geen uitkomst

10.

Welke stap zit NIET in het contante verkoopproces?

a)

Kassa opmaken

b)

Product ophalen uit magazijn

c)

Kassa leegmaken

d)

Samenstellen assortiment

11.

Reken uit:
 45=(900+20q)q45=\frac{\left(900+20q\right)}{q}  

a)

36

b)

25

c)

900

d)

4

12.

Gegeven is:


TK = 900+20q

TO= 70q


Bereken het break-even point

a)

50

b)

900

c)

9

d)

18

13.

Waaruit bestaat het Balanced Scorecard (BBSC)?

a)

Financieel perspectief, Interne processen, Externe processen, Innovatie

b)

Financieel perspectief, Interne processen, Markt en klanten, Innovatie

c)

Interne processen, Externe processen, Innovatie, Markt en klanten

d)

Interne processen, Externe processen

14.

Waar moet je tijdens het tentamen extra goed op letten?

a)

Grootboekrekeningnummers opschrijven bij journaalposten

b)

Berekeningen van sommen opschrijven

c)

Compleet zijn en je antwoord motiveren

d)

Relaxed zijn en vertrouwen op jezelf

15.

Onder welke soort controlemaatregel hoort een service-level agreement (SLA)? Kies het juiste antwoord met bijpassende motivatie.

a)

Application control, omdat SLA bijdraagt aan de continuïteit van de ICT.

b)

Application control, omdat SLA bijdraagt aan de betrouwbaarheid van de gegevens.

c)

General computer control, omdat SLA bijdraagt aan de continuïteit van de ICT.

d)

General computer control, omdat SLA bijdraagt aan de betrouwbaarheid van de gegevens.

16.

Wat is een verschil tussen voorfacturering en nafacturering?

a)

Bij voorfacturering wordt eerst de factuur verzonden en daarna worden de producten verzonden.

b)

Bij voorfacturering worden eerst de producten klaargezet en daarna wordt de factuur opgesteld.

c)

Bij voorfacturering wordt eerst de factuur opgesteld en daarna worden de producten klaargezet.

d)

Bij voorfacturering worden eerst de producten verzonden en daarna wordt de factuur verzonden.

17.

Wat zijn de kwaliteitseisen van informatie?

a)

Begrijpelijkheid, flexibiliteit, tijdigheid, juistheid en volledigheid

b)

Begrijpelijkheid, juistheid, volledigheid, tijdigheid en controleerbaarheid

c)

Begrijpelijkheid, effectiviteit, tijdigheid, juistheid en volledigheid

d)

Begrijpelijkheid, effectiviteit, juistheid, volledigheid en continuïteit

18.

Wanneer een Nederlands bedrijf zijn product verkoopt aan een bedrijf in Cyprus, geldt het 0-tarief voor belasting.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

De verkoopprijs van een product bedraagt €8.

De variabele kosten zijn €5 per product en de vaste kosten bedragen €190.

Voor de daaruit af te leiden winstfunctie W geldt dan:

a)

W= 13q + 190

b)

W= 3q + 190

c)

W= 3q - 190

d)

W= 13q - 190

20.

Bereken 0,19% van €5547

a)

2,05

b)

10,54

c)

29,70

d)

105,70

21.

Wat is een fundamenteel beginsel?

a)

Professionaliteit

b)

Objectiviteit

c)

Vertrouwelijkheid

d)

Integriteit

e)

Vakbekwaamheid

22.

Waarom maken bedrijven gebruik van de grootboekrekening voorzieningen?

a)

Om investeringen te doen in andere bedrijven.

b)

Om onverwachte kosten in de toekomst goed te kunnen financieren.

c)

Om minder belasting te betalen.

d)

Om kortingen te krijgen tijdens het inkopen van producten.