wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Erfelijkheid klas 3KGT

Total questions: 33

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir. Twee jaar later is hij volwassen geworden. Heeft  het jonge dier hetzelfde fenotype als het volwassen dier? 
a)
juist
b)
onjuist
2.
Pim heeft een broertje Thijs en een zusje Anna.  Hebben Pim, Thijs en Anna hetzelfde DNA? 
a)
juist
b)
onjuist
3.
Heeft een lichaamscel van een mens 46 chromosomen?
a)
juist
b)
onjuist
4.
Is een albino een mutant? 
a)
juist
b)
onjuist
5.
Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen? 
a)
juist
b)
onjuist
6.
Is straling een mutagene invloed?
a)
juist
b)
onjuist
7.
Wanneer komt het genotype van een baby tot stand? 
a)
bij de vorming van de eicel
b)
bij de bevruchting
c)
bij de geboorte
8.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

9.

Het genotype ontstaat bij

a)

Meiose

b)

Bevruchting

c)

Mitose

d)

Geslachtsgemeenschap

10.

Geslachtschromosomen bepalen of je man bent of vrouw. Welke combinatie is juist.

a)

XY = vrouw

b)

XY = man

11.

Als de erfelijke informatie voor een eigenschap hetzelfde is ben je

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

12.

Hoeveel genen voor een erfelijke eigenschap heb je als je heterozygoot bent?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

13.

Een dominant gen komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Recessieve genen kunnen nooit tot uiting komen

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Bij een intermediair fenotype

a)

Komt het dominante gen tot uiting

b)

Komt het recessieve gen tot uiting

c)

Komt een mix van twee dominante genen tot uiting

d)

Komt een mix van twee recessieve genen tot uiting

16.

Prenataal onderzoek is onderzoek dat plaatsvindt

a)

Als de baby wordt geboren

b)

Als de baby 1 jaar is

c)

Als de bevruchting plaatsvindt

d)

Als de foetus in nog niet is geboren

17.

Welke kleur is dominant?

a)

Wit

b)

Zwart

18.

Chimpansees en egels hebben hetzelfde fenotype.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Bij sommige baby’s die geboren zijn met donker haar, wordt het haar na enkele maanden lichter. Tijdens de puberteit wordt het haar dan weer donkerder. De kleur van het haar vlak na de geboorte wordt beïnvloed door geslachtshormonen van de moeder. Na een tijdje zijn die uit het bloed van de baby verdwenen. In de puberteit neemt de productie van geslachtshormonen bij het kind toe.


Verandert door de werking van de geslachtshormonen het fenotype voor haarkleur? En verandert het genotype erdoor?

a)

Alleen het fenotype verandert

b)

Alleen het genotype verandert

c)

Zowel het genotype als het fenotype verandert

d)

Geen van beide verandert

20.

Welk organisme bevat evenveel chromosomen als de mens.

a)

Tarwe

b)

Hond

c)

Veldmuis

d)

Chimpansee

21.

Fons zegt: Tweeeiige tweelingen hebben allebei hetzelfde genotype

Maarten zegt: Eeneiige tweelingen hebben allebei hetzelfde fenotype


Wie heeft gelijk?

a)

Alleen Fons heeft gelijk

b)

Alleen Maarten heeft gelijk

c)

Fons en Maarten hebben beide ongelijk

d)

Fons en Maarten hebben beide gelijk

22.

Waar is dit een foto van ?

a)

Chromosomen

b)

zaadcellen

c)

eicellen

d)

DNA

23.

Een organisme heeft 28 chromosomen. Hoeveel chromosomen hebben de geslachtscellen?

a)

28

b)

14

c)

20

d)

10

24.

Variatie in genotype en fenotype draagt bij aan evolutie

a)

Juist

b)

Onjuist

25.
Een jongen gaat vaak naar de sportschool. Hierdoor krijgt hij gespierde armen en benen.
Wat verandert hierdoor: zijn genotype of zijn fenotype?
a)
Alleen zijn genotype
b)
Alleen zijn fenotype
c)
Zowel het genotype als het fenotype
d)
Geen van beide
26.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een stamboom van een aantal soorten.
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
a)
5,4
b)
5, 4, 2
c)
5,4,3
d)
5,4
27.

Je ziet twee groeifases van kikkervisjes. Dit is

a)

evolutie

b)

ontwikkeling

c)

groei

d)

evolutie, groei en ontwikkeling

28.

Wat is meiose?

a)

Deling van geslacht cellen

b)

Erfelijkheid

c)

een fenotype

29.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het fenotype van de labradors in de F1 is?

a)

Zwart

b)

Geel

c)

Grijs

30.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het genotype van de labradors in de F1 is?

a)

AA

b)

aa

c)

Aa

31.

Twee ouders (AA x aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe wordt onderlinge voortplanting van dieren in de F1 weergegeven?

a)

AA x aa

b)

AA x Aa

c)

Aa x Aa

d)

Aa x aa

e)

aa x aa

32.

Vachtkleur, oogkleur, groene bladeren en sproeten zijn voorbeelden van

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Milieu

33.

Het dna bevindt zich in

a)

De celkern

b)

De lichaamscel

c)

Het cytoplasma

d)

De celwand