Font size
Worksheets5V 10.1 Elektrische velden
Total questions: 12
Worksheet time: 12mins
We kennen positieve en negatieve ladingen, welk van de onderstaande beweringen is (zijn) waar?
Gelijknamige ladingen trekken elkaar aan
Tegengestelde ladingen trekken elkaar aan
De eenheid van lading is de Joule
De eenheid van lading is de elektronvolt
De eenheid van lading is de Coulomb
De kleinste hoeveelheid lading is gekoppeld aan een deeltje, dit deeltje is het
Proton
Neutron
Quark
Elektron
In de figuur staat een lading afgebeeld met het bijbehorende elektrische veld. Wat kun je zeggen over deze lading?
De lading is positief geladen
De lading is negatief geladen
De lading is neutraal
Dat kun je niet zeggen, je hebt te weinig gegevens
Een proeflading q ondervindt krachten van de ladingen A en B. De kracht van A op q; FA,q is weergegeven. Beredeneer hoeveel keer groter of kleiner de kracht FB,q is ten opzichte van FA,q
FB,q is 3 keer zo groot
FB,q is 3 keer zo klein
FB,q is 9 keer zo groot
FB,q is 9 keer zo klein
De krachten zijn even groot
Door met een doek over een plasticbuis te wrijven wordt deze buis negatief geladen. Wanneer je de buis in de buurt van wat papiersnippers houdt gaan de snippers richting de buis bewegen en 'plakken' ze eraan vast. Hoe komt het dat de buis negatief geladen wordt?
Door het wrijven wordt er elektronen van de buis 'afgewreven' en wordt de buis negatief.
Door het wrijven worden er elektronen vanaf de doek op de buis overgebracht en wordt de buis negatief.
Door het wrijven gaan positieve ladingen van de buis naar de doek, en blijven negatieve ladingen over op de buis en wordt de buis negatief.
Door het wrijven gaan positieve ladingen van de buis naar de doek, en wordt de doek positief geladen.
Een zuurstof-ion verplaatst zich tussen twee condensator platen. Hoe groot is de maximale elektrische-energie (in eV) die het zuurstof-ion kan hebben.
5.000 eV
10.000 eV
15.000 eV
20.000 eV
De wet van Coulomb zegt:
De kracht die twee puntladingen op elkaar uitoefenen is (wat grootte betreft) recht evenredig met het kwadraat van de ladingen ( Q1 en Q2) en omgekeerd evenredig met hun afstand (r)
De kracht die twee puntladingen op elkaar uitoefenen is (wat grootte betreft) recht evenredig met hun afstand (r) en omgekeerd evenredig met hun ladingen (Q1 en Q2)
De kracht die twee puntladingen op elkaar uitoefenen is (wat grootte betreft) recht evenredig met elk van de ladingen ( Q1 en Q2) en omgekeerd evenredig met het kwadraat hun afstand (r)
De kracht die twee puntladingen op elkaar uitoefenen is (wat grootte betreft) recht evenredig met elk van de ladingen ( Q1 en Q2) en omgekeerd evenredig met hun afstand (r)
De wet van Coulomb in formule vorm wordt gegeven door:
F=∣∣∣∣f⋅rQ1⋅Q2∣∣∣∣
F=∣∣∣∣f⋅r2Q1⋅Q2∣∣∣∣
F=∣∣∣∣f⋅Q1⋅Q2r2∣∣∣∣
F=∣∣∣∣r2Q1⋅Q2∣∣∣∣
Een geladen holle metalen bol (met een straal van 2,0 cm) is elektrisch geladen. In het diagram geven A en B het verband weer tussen de grootte van de elektrische veldsterkte en de afstand r tot het middelpunt M van de metalen bol.
Welke conclusie valt er te trekken uit het verloop van A?
Er is niets bekend over de veldsterkte in een holle geleider
De lading in de bol is constant als functie van de straal
Alle lading zit op de buitenkant van de metalen bol en in de bol is geen E-veld aanwezig.
Geen van de bovenstaande antwoorden is juist.
Drie bollen hangen aan isolerende draden. De bollen worden geladen. Daarna blijkt dat bol 1 en 2 elkaar aantrekken, en dat bol 2 en 3 elkaar afstoten. Hieruit kunnen we de conclusie trekken dat:
bol 1 en 3 een lading hebben met een tegengesteld teken.
bol 1 en 3 een lading hebben met hetzelfde teken.
de drie bollen een lading hebben met hetzelfde teken.
één van de bollen neutraal is.
we meer experimenten moeten doen om het teken van alle ladingen te bepalen.
De versnelling van een geladen deeltje in het elektrisch veld tussen twee tegengesteld geladen platen hangt af van:
De elektrische veldsterkte.
De elektrische veldsterkte en de lading van het deeltje.
De elektrische veldsterkte en de massa van het deeltje.
De elektrische veldsterkte, de lading en massa van het deeltje.
Geen van deze antwoorden is juist.
Na het doorlopen van het elektrisch veld tussen twee tegengesteld geladen platen heeft een elektrisch geladen deeltje vanuit stilstand een snelheid gekregen. Als de spanning over de platen tweemaal zo groot is, is die snelheid:
Even groot.
Groter, maar minder dan tweemaal zo groot.
Tweemaal zo groot.
Viermaal zo groot.
