wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat NL1B les 1

Total questions: 29

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het schuingedrukte woord?


Die man is heel competent.

a)

doordringend

b)

bekwaam

c)

algemeen erkend

2.

Vader werd furieus toen ik te laat thuiskwam.

a)

spottend

b)

woedend

c)

overdreven

3.

Deze foto's zijn identiek.

a)

gelijk

b)

aangrenzend

c)

overdreven

4.

Wij kochten het belendende stuk grond.

a)

vorige

b)

doordringende

c)

aangrenzende

5.

Zijn aftershave heeft een penetrante geur.

a)

aangename

b)

overdreven

c)

doordringende

6.

De voormalige bewoners van dit huis zijn vertrokken.

a)

algemeen erkende

b)

vroegere

c)

aangrenzende

7.

Dat is een krasse uitspraak!

a)

spottende

b)

overdreven

c)

doordringende

8.

Ik neem de leerstof globaal door.

a)

in grote lijnen

b)

bekwaam

c)

meteen

9.

Ze is de onbetwiste winnaar op de 1500 meter!

a)

aangrenzende

b)

bekwame

c)

algemeen erkende

10.

Hij maakt altijd badinerende opmerkingen.

a)

overdreven

b)

woedende

c)

spottende

11.

Wat betekent: rehabiliteren?

a)

Zijn reputatie en goede naam in ere herstellen

b)

Onzin uitkramen

c)

Iets grondig uitzoeken

12.

Wat betekent: capituleren.

a)

de oorlog verklaren

b)

toegeven

c)

verkiezingen uitschrijven

13.

Ander woord voor: onzin uitkramen

a)

raaskallen

b)

perforeren

c)

nomineren

14.

Van gaatjes voorzien =

a)

evolueren

b)

anticiperen

c)

perforeren

15.

Iets grondig uitzoeken =

a)

discrimineren

b)

analyseren

c)

lokaliseren

16.

Op een verkiezingslijst plaatsen =

a)

rehabiliteren

b)

nomineren

c)

toegeven

17.

Onderscheid maken =

a)

beoordelen

b)

evalueren

c)

discrimineren

18.

Het zich geleidelijk ontwikkelen

a)

rehabiliteren

b)

raaskallen

c)

evolueren

19.

Een plaats vaststellen =

a)

perforeren

b)

lokaliseren

c)

analyseren

20.

maak de uitdrukking compleet

Met de rug tegen de muur ....

a)

wrijven

b)

staan

c)

zitten

21.

maak de uitdrukking compleet

Iemand naar de kroon ....

a)

staan

b)

slaken

c)

steken

22.

maak de uitdrukking compleet

Op twee gedachten ...

a)

hinken

b)

staan

c)

zitten

23.

maak de uitdrukking compleet


Achter de geraniums ...

a)

lopen

b)

zitten

c)

staan

24.

maak de uitdrukking compleet


Een blauwtje ...

a)

afsteken

b)

hebben

c)

lopen

25.

maak de uitdrukking compleet


Iemand de loef ...

a)

afsteken

b)

lopen

c)

gaan

26.

maak de uitdrukking compleet


In conclaaf ...

a)

zitten

b)

gaan

c)

lopen

27.

maak de uitdrukking compleet


Ergens een hard hoofd in ...

a)

steken

b)

hebben

c)

slaken

28.

maak de uitdrukking compleet


Zout in de wond ...

a)

hebben

b)

steken

c)

wrijven

29.

maak de uitdrukking compleet


Een zucht van verlichting ...

a)

afsteken

b)

gaan

c)

slaken