wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vakkenmix 11 januari

Total questions: 22

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn voegwoorden?

a)

Dat zijn woorden waarmee je zinnen aan elkaar voegt.

b)

Voegwoorden zijn woorden die een zin vragend maken.

2.

Waar staan de leestekens en hoofdletters goed:

a)

De meester zegt ik mis mijn klas ontzettend.

b)

De meester zegt: ik mis mijn klas ontzettend.

c)

De meester zegt: Ik mis mijn klas ontzettend.

d)

De meester zegt: "Ik mis mijn klas ontzettend".

3.
De computer is handig, ...............soms werkt niks goed.
a)
maar
b)
omdat
c)
en
d)
of
4.
Jij kunt niet meedoen, ............. je moet op tijd naar huis.
a)
want
b)
omdat
c)
maar
d)
of
5.

Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:


Bas toonde een kaart met het traject van de orkaan.

a)

hij, kaart, orkaan

b)

hij, kaart, traject

c)

kaart, traject

d)

kaart, traject, orkaan

6.

Hoeveelste deel is hier gekleurd?

a)

2/6

b)

1/2

c)

2/7

d)

2/8

7.
1/2 is...
a)
een kwart
b)
de helft
8.
a)

2

10

b)

1

10

c)

2

5

9.
Wat moet je als eerst doen als je een tekst leest?
a)
Naar plaatjes, bron, titel, inleiding en slot kijken. 
b)
De tekst lezen.
c)
Naar plaatjes, bron en titel kijken.
d)
Naar de vragen kijken. 
10.

Een samenvatting van een tekst beschrijf je

a)

Zo kort mogelijk

b)

Zo uitgebreid mogelijk

c)

In drie zinnen

d)

Niet

11.

Waaruit bestaat betrouwbare informatie?

a)

Feiten

b)

Feiten en meningen

c)

Meningen

12.

Wat is een alinea?

a)

De tekst bij een plaatje

b)

De inleiding

c)

Een stukje tekst in de tekst. Het heeft vaak een eigen onderwerp.

13.

Bij welk verband hoort het signaalwoord: maar

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Tijd

14.

Bij welk verband hoort het signaalwoord: Zoals

a)

Voorbeeld

b)

Tijd

c)

Opsomming

15.

Op welke leeftijd is een paard volwassen?

a)

2 jaar

b)

3 jaar

c)

4 jaar

d)

8 jaar

16.

Hoe lang is een paard zwanger?

a)

9 maanden

b)

11 maanden

c)

13 maanden

d)

14 maanden

17.

Wat betekent "galop" bij het paardrijden?

a)

sprinten

b)

sprongsgewijs lopen

c)

huppelen

d)

hinkelen

18.

Wanneer de coach bij kickboxen 2 sparrende mensen wat wil vertellen zegt hij:

a)

stop

b)

ho

c)

quit

d)

break

19.

Bij kickboxen noem je een stoot met je voorste hand een:

a)

jab

b)

cross

c)

hoek

d)

uppercut

20.

Als je bij hockey ineens van richting veranderd door te draaien noem je dit een:

a)

dribbel

b)

turn

c)

buitenkans

d)

fop

21.

Wat is bij hockey een High kick?

a)

Een rake klap geven

b)

Hooghouden met je stick

c)

Met de bolle kant van de hockeystick slaan

d)

Een hoge uitschop van de keeper

22.

Wat is flatsen bij hockey?

a)

Met de hand en stick laag slaan

b)

Door de benen spelen

c)

Een soort corner

d)

Een strafpunt