Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3: Landschappen (Systeem Aarde-VWO)

Total questions: 30

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Elke landschapszone bestaat uit meerdere onderdelen in verschillende sferen. Wat is GEEN sfeer op aarde?

a)

biosfeer

b)

hydrosfeer

c)

lithosfeer

d)

thermosfeer

2.

Elk landschap bestaat uit meerdere geofactoren. Welke geofactor zie je op de foto?

a)

klimaat

b)

mens

c)

substraat

d)

tijd

3.

Elk landschap bestaat uit meerdere geofactoren. Welke geofactor speelt GEEN rol op het landschap in de foto?

a)

lucht

b)

reliëf

c)

tijd

d)

vegetatie

4.

Elk landschap bestaat uit meerdere geofactoren. Welke geofactor speelt de MINSTE rol bij het landschap in de foto?

a)

klimaat

b)

mens

c)

tijd

d)

vegetatie

5.

Elke bodem bestaat uit meerdere lagen: horizonten. Hoe noemen we de bovenste laag?

a)

humuslaag

b)

inspoelingslaag

c)

moedermateriaal

d)

uitspoelingslaag

6.

Er zijn 6 landschapszones op aarde gebaseerd op temperatuur en neerslag. Welke vegetatie vind je bij de landschapszone met de omschrijving 'droog en koud'?

a)

droge woestijn

b)

koele woestijn

c)

taiga

d)

toendra

7.

Er zijn 6 landschapszones op aarde gebaseerd op temperatuur en neerslag. Wat zijn kenmerken van de (semi)aride zone?

a)

droog en koud

b)

droog en warm

c)

nat en koud

d)

nat en warm

8.

Welk type bodem vind je in een tropische zone?

a)

bruine bosbodem

b)

latosol

c)

permafrost

d)

podzolbodem

9.

In welke landschapszone vind je het mangrovebos?

a)

aride zone

b)

boreale zone

c)

subtropische zone

d)

tropische zone

10.

Welk type bodem vind je in een subtropische zone?

a)

bruine bosbodem

b)

latosol

c)

löss

d)

podzolbodem

11.

Welk type vegetatie vind je NIET in een subtropische zone?

a)

droogteminnend struikgewas

b)

loofbomen

c)

naaldbomen

d)

(sub)tropische oerwouden

12.

Waar op aarde vind je de gematigde zone?

a)

Rond de evenaar

b)

Tussen de 23º30' NB en de 23º30' ZB.

c)

Tussen de 30º- 55 º NB en de 30º- 55 º ZB.

d)

Tussen de 66º30' NB tot 90º NB en de 66º30' ZB tot 90º ZB.

13.

Welke klimaatgrafiek past het beste bij de gematigde zone?

a)
b)
c)
d)
14.

Welk type bodem vind je in een boreale zone?

a)

bruine bosbodem

b)

latosol

c)

löss

d)

podzolbodem

15.

Waar op aarde vind je de boreale zone?

a)

Rond de evenaar

b)

Tussen de 23º30' NB en de 23º30' ZB.

c)

Rond de 66º30' NB en 66º30' NB

d)

Tussen de 66º30' NB tot 90º NB en de 66º30' NB tot 90º ZB.

16.

De bodem in de boreale zone kenmerkt zich door :

a)

gebrek aan horizonten

b)

kalkrijke humuslaag

c)

oerbank

d)

permafrost

17.

De bodem in de polaire zone kenmerkt zich door :

a)

gebrek aan horizonten

b)

kalkrijke humuslaag

c)

oerbank

d)

permafrost

18.

Welke klimaatgrafiek past het beste bij de polaire zone?

a)
b)
c)
d)
19.

Wat is GEEN kenmerk van de woestijnbodem?

a)

dikke humuslaag

b)

gebrek aan horizonten

c)

kalkrijke humuslaag

d)

zoutlaag aan oppervlakte

20.

Een orkaan die schade aanricht is een voorbeeld van een:

a)

milieuramp

b)

natuurramp

21.

De uitstoot van Co2 leidt in eerste instantie tot:

a)

klimaatverandering

b)

natuurlijk broeikaseffect

c)

temperatuurstijging

d)

versterkt broeikaseffect

22.

Door klimaatverandering kunnen klimaatzones opschuiven richting het:

a)

noorden

b)

oosten

c)

westen

d)

zuiden

23.

Wat is GEEN voorbeeld van landdegradatie?

a)

bodemerosie

b)

overbeweiding

c)

verwoestijning

d)

verzilting

24.

Bij welke vorm van landdegradatie verdwijnt de bovenste laag van de bodem?

a)

bodemerosie

b)

verwoestijning

c)

verzilting

d)

geen van allen

25.

Welke transportkracht is verantwoordelijk voor de bodemerosie die te zien is op de foto?

a)

lucht

b)

ijs

c)

water

d)

wind

26.

Welke vorm van landdegradatie zie je op de foto?

a)

bodemerosie

b)

verwoestijning

c)

verzilting

d)

geen van allen

27.

Wat is GEEN oorzaak voor verwoestijning?

a)

braak laten liggen van de grond(je laat het een tijdje rusten)

b)

ontbossing

c)

overbeweiding

d)

toename windkracht

28.

Wat is de beste manier om verwoestijning tegen te gaan?

a)

aanleggen van een terrassenlandschap

b)

druppelirrigatie

c)

herbebossing/herbeplanting

d)

verkleinen veestapel

29.

Wat is de beste manier om verzilting tegen te gaan?

a)

aanleggen van een terrassenlandschap

b)

druppelirrigatie

c)

herbebossing/herbeplanting

d)

verkleinen veestapel

30.

In welke landschapszone zal verzilting vaak voorkomen?

a)

aride zone

b)

boreale zone

c)

gematigde zone

d)

tropische zone