wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en vertering

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

In een proef wordt uit een liter melk yoghurt gemaakt.

Neemt de hoeveelheid energierijke stoffen in de melk in de loop van deze proef af, blijft deze gelijk of neemt deze toe?

a)

neemt toe

b)

blijft gelijk

c)

neemt af

2.

Elk jaar lopen zo’n 680 000 mensen in Nederland een voedselvergiftiging op. Dit wordt meestal veroorzaakt door het eten van bedorven voedsel en kan leiden tot koorts, diarree, braken en buikpijn.

Wanneer is de kans op voedselbederf het grootst: in de winter of in de zomer?

a)

in de zomer

b)

in de winter

3.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Bij welke temperaturen is dit enzym tijdelijk onwerkzaam?

a)

Alleen bij temperaturen onder de 10 graden

b)

Alleen bij temperaturen onder de 35 graden

c)

Alleen bij temperaturen boven de 50 graden

d)

zowel bij temperaturen onder de 10 graden als bij temperaturen boven de 50 graden.

4.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimumtemperatuur?

a)

10 graden

b)

35 graden

c)

50 graden

5.

Iemand maakt een schema van de werking van enzymen (zie de afbeelding). Hierbij geldt: E = enzym en V = voedingsstof waarop het enzym inwerkt.

Kan dit schema de enzymwerking juist weergeven?

a)

ja

b)

nee

6.

In de afbeelding is het verband tussen de zuurgraad en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimum-pH voor dit enzym?

a)

pH van 0

b)

pH van 2

c)

pH van 3,5

7.

Drie methoden om voedselbederf door bacteriën en schimmels tegen te gaan, zijn invriezen, pasteuriseren en steriliseren.

Bij welke van deze methoden kan voedsel het langst houdbaar worden gemaakt?

a)

invriezen

b)

pasteuriseren

c)

steriliseren

8.

In de afbeelding is een voedingsstof weergegeven.

a)

juist

b)

onjuist

9.

De mens gebruikt voedingsvezels voor de vorming van cellen en weefsels.

a)

juist

b)

onjuist

10.

In het product in de afbeelding komen veel voedingsvezels voor.

Juist. Onjuist.

a)

juist

b)

onjuist

11.

De mens gebruikt voedingsvezels, omdat ze veel energie leveren.

a)

juist

b)

onjuist

12.

Welke twee groepen voedingsstoffen dienen als beschermende stoffen in je lichaam?

a)

eiwitten

b)

koolhydraten

c)

mineralen

d)

vetten

e)

vitaminen

13.

Welke groep voedingsstoffen kan onder de huid worden opgeslagen?

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

koolhydraten

d)

water

14.

Tot welke groep behoort de voedingsstof die je met joodoplossing kunt aantonen?

a)

koolhydraten

b)

vetten

c)

eiwitten

d)

vitaminen

15.

In de afbeelding is de schijf van vijf weergegeven.

In welke twee vakken komen voedingsmiddelen voor die rijk zijn aan voedingsvezels?

a)

vak 1

b)

vak 2

c)

vak 3

d)

vak 4

e)

vak 5

16.

In de afbeelding is de schijf van vijf weergegeven.

In welk vak komen voedingsmiddelen voor die vooral eiwitten leveren?

a)

vak 1

b)

vak 2

c)

vak 3

d)

vak 4

e)

vak 5

17.

Tijdens een beweging trekken bepaalde spieren zich samen. De temperatuur van het bloed dat deze spieren instroomt, is 37 °C.

Is de temperatuur van dit bloed wanneer het deze spieren uitstroomt gelijk aan 37 °C, hoger dan 37 °C of lager dan 37 °C?

a)

gelijk aan 37 graden

b)

hoger dan 37 graden

c)

lager dan 37 graden

18.

Wat kost meer energie: het verteren van een glas koude melk of het verteren van een glas lauwe melk?



a)

Het verteren van een glas koude melk.

b)

Het verteren van een glas lauwe melk.

19.

Wat is de functie van verteringsklieren?

a)

Hier vindt opname van stoffen plaats.

b)

Hier vindt vertering plaats.

c)

Hier worden verteringssappen gemaakt.

20.

Worden vitaminen eerst verteerd voordat ze worden opgenomen?

a)

ja

b)

nee

21.

Kikkers zijn amfibieën. Hun spijsverteringsstelsel vertoont echter veel overeenkomst met dat van een zoogdier. In de afbeelding zie je organen in het lichaam van een kikker.

Welke letter geeft de lever aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

22.

Welke van de volgende organen maken verteringssappen?

a)

Alvleesklier

b)

Darmsapklier

c)

Lever

d)

Maagsapklier

e)

Speekselklier

23.

Worden mineralen eerst verteerd voordat ze worden opgenomen?

a)

ja

b)

nee

24.

In de mondholte wordt het voedsel door het gebit in kleine stukjes verdeeld.

Wat is daarvan de functie voor het verteren van het voedsel?

a)

Hierdoor kan het voedsel beter door de darm worden verplaatst.

b)

Hierdoor kunnen enzymen beter op het voedsel inwerken.

c)

Hierdoor zit je minder snel vol en kun je meer eten.

25.

In de mondholte wordt het voedsel door het gebit in kleine stukjes verdeeld. Als gevolg hiervan wordt de oppervlakte van het voedsel vergroot.

Welk sap heeft dezelfde functie?

a)

Alvleessap

b)

Darmsap

c)

Gal

d)

Maagsap

26.

In de afbeelding is het verteringsstelsel schematisch getekend.

In welk deel wordt gal tijdelijk opgeslagen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

27.

Kan in deel 3 in de afbeelding vertering plaatsvinden?

a)

ja

b)

nee

28.

Enkele organen in het lichaam van de mens zijn de alvleesklier, de dunne darm, de maag en een speekselklier.

Welk van deze organen bevat kliercellen die zowel enzymen produceren voor de vertering van eiwitten als zoutzuur voor het doden van bacteriën?

a)

De alvleesklier

b)

de dunne darm

c)

de maag

d)

de speekselklieren

29.

In de afbeelding is een tand schematisch getekend.

Met welk nummer is de kroon aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

30.

Een wezel (zie de afbeelding) heeft scherpe, puntige kiezen en een kort darmkanaal in verhouding tot zijn lichaamslengte.

Zijn de puntige kiezen een aanwijzing dat wezels vleeseters zijn? En het korte darmkanaal?

a)

alleen de scherpe puntige kiezen

b)

alleen het korte darmkanaal

c)

zowel de scherpe puntige kiezen als het korte darmkanaal

31.

In de afbeelding zie je een mantelbaviaan en de schedel van dit dier.

Is een mantelbaviaan een carnivoor, een herbivoor of een omnivoor?

a)

carnivoor

b)

herbivoor

c)

omnivoor

32.

Sabeltandtijgers zijn uitgestorven roofdieren. In de afbeelding is een schedel van de grootste soort sabeltandtijger getekend. Uit de schedel van dit uitgestorven dier is de vorm van de buik af te leiden.

Welke vorm had de buik van een sabeltandtijger?

a)

de buik is dik

b)

de buik is recht

c)

de buik is slank

33.

Tandplak bestaat uit bacteriën, etensresten en speeksel.

a)

juist

b)

onjuist