wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 Ordening

Total questions: 26

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist?

Het wél of niet hebben van een celwand is een van de kenmerken waarmee je organismen kunt indelen in domeinen.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Juist of onjuist?

Schimmels hebben cellen mét een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Juist of onjuist?

De zeester van de afbeelding is tweezijdig symmetrisch.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Juist of onjuist?

Organismen behoren tot één soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Juist of onjuist?

Stekelhuidigen hebben (meestal) geen skelet

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Juist of onjuist?

Dieren hebben cellen met celwanden

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Bij welke groep(en) zijn de dieren warmbloedig?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

8.

Bij welke groep(en) hebben de dieren een inwendig skelet?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

9.

Bij welke groep(en) halen de volwassen dieren adem met kieuwen?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

10.

Bij welke groep(en) planten de dieren zich voort met eieren zonder schaal?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

11.

Bij welke groep(en) is de huid van de dieren bedekt met haren?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

12.

Bij welke groep(en) is de huid van de dieren bedekt met droge schubben?

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

13.

Hoe planten de meeste schimmels zich voort?

A. Door deling

B. Door eieren

C. Door sporen

D. Door zaden

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

14.

Bij welke van de volgende stammen van het dierenrijk hebben de dieren een uitwendig skelet?

A. Bij de neteldieren

B. Bij de geleedpotigen

C. Bij de gewervelden

D. Bij de stekelhuidigen

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

15.

Bij welke van de volgende stammen van het dierenrijk hebben de dieren een inwendig skelet?

A. Bij de neteldieren

B. Bij de geleedpotigen

C. Bij de gewervelden

D. Bij de wormen

(indien nodig, mag je meerdere antwoorden aanvinken)

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

16.

Een organisme heeft de volgende kenmerken:

- Het lichaam is niet-symmetrisch

- Het organisme heeft hoornvezels tussen de cellen.

Tot welke stam van het dierenrijk behoort dit organisme?

A. Tot de sponsdieren

B. Tot de neteldieren

C. Tot de stekelhuidigen

D. Tot de weekdieren

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

17.

In de afbeelding is een hooiwagen getekend. Tot welke hoofdgroep van de geleedpotigen behoort dit organisme?

A. Tot de veelpotigen

B. Tot de insecten

C. Tot de spinachtigen

D. Tot de kreeftachtigen

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

18.

In de afbeelding is een cel van een organisme getekend. Het organisme bezit geen bladgroenkorrels. Tot welk domein of rijk behoort het organisme waarvan deze cel afkomstig is?

A. Het domein van de bacteriën

B. Het rijk van de schimmels

C. Het rijk van de planten

D. Het rijk van de dieren

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

19.

Juist of onjuist?

Om het rijk van de dieren verder in te delen in stammen, heeft men o.a. gekeken naar de vorm van het lichaam.

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

In de afbeelding zijn drie planten getekend. Welke van deze planten kunnen zich voortplanten door sporen?

A. Alleen plant 1

B. Alleen plant 2

C. Alleen de planten 1 en 2

D. Alle drie de planten

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

21.

Tot welke groep (klasse) behoort het organisme van de afbeelding?

A. Tot de zoogdieren

B. Tot de vogels

C. Tot de reptielen

D. Tot de dieren

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

22.

In de afbeelding staat een cirkeldiagram met daarin de verhouding tussen het aantal soorten geleedpotige dieren en het aantal andere diersoorten. Hoeveel procent van alle diersoorten bestaat volgens dit diagram uit soorten geleedpotigen?

A. Minder dan 75%

B. Precies 75%

C. Méér dan 75%

a)

A

b)

B

c)

C

23.

Een informatiecentrum op het gebied van voeding schat dat er in Nederland jaarlijks 35 mensen overlijden aan een voedselvergiftiging door bacteriën. In de zomer komen de meeste voedselvergiftigingen voor. De mensen noemen dat vaak ‘zomergriep’.

Waardoor komt voedselvergiftiging in de zomer vaker voor dan in de winter?

A. In de zomer hebben de mensen minder weerstand tegen bacteriën dan in de winter.

B. In de zomer is meer voedsel te vinden voor de bacteriën.

C. In de zomer is de temperatuur geschikter voor de groei en celdeling van organismen.

a)

A

b)

B

c)

C

24.

De bacterie ‘E-coli’ plant zich in het menselijk lichaam iedere 30 minuten voort.

Iemand krijgt om 16.00 uur ‘s-middags vier van deze bacteriën binnen met zijn voedsel. Bereken hoeveel bacteriën er om 17.30 uur in zijn darmen zitten. We gaan er vanuit dat er géén bacteriën overlijden.

a)

4

b)

6

c)

7

d)

10

e)

32

25.

In de afbeelding is een bruinvis getekend. Bruinvissen leven in zee. Ze halen adem met longen en hebben een constante lichaamstemperatuur. Tot welke groep (klasse) van de gewervelden behoort een bruinvis?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren

26.

In de afbeelding zijn een volwassen langpootmug en een emelt getekend. Een emelt is een larve van een langpootmug. Emelten leven vooral in vochtig grasland, twee tot drie centimeter onder de grond. Ze vreten jonge plantendelen aan.


Tot welke stam van het dierenrijk behoort een emelt?

a)

Insecten

b)

geleedpotigen

c)

wormen

d)

slangen

e)

veelpotigen