Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Antibiotica intoleranties

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Na het innemen van enkele tabletten amoxicilline krijgt een patient een huidreactie in de vorm van exantheem. Deze symptome passen het beste bij:

a)

allergische type I overgevoeligheidsreactie

b)

allergische type IV overgevoeligheidsreactie

c)

niet-allergische overgevoeligheidsreactie

d)

bijwerking

2.

Welk type huidreactie is dit?

a)

urticaria

b)

exantheem

c)

SJS/TEN syndroom

d)

DRESS syndroom

3.

Hoe maak je bij een reactie op antibiotica het onderscheid tussen een Gell-Coombs type-I IgE-gemedieerde reactie en een type IV T-cel-gemedieerde reactie? Aan de hand van:

a)

de symptomen

b)

de tijd tussen het innemen van het antibioticum en het optreden van de reactie

c)

een allergietest

4.

Hoeveel percent van de bestaande antibiotica allergie registraties is onterecht?

a)

25-30%

b)

55-60%

c)

85-90%

5.

Welke gevolgen heeft het foutief registreren van antibiotica allergieen op grote schaal?

a)

minder therapiemogelijkheden bij infecties

b)

meer antibiotica resistentie door het gebruik van alternatieve breedspectrum middelen

c)

hogere kosten van de gezondheidszorg door langere therapieduur en verlengde hospitalisatieduur

d)

alle bovenstaande gevolgen

6.

U wilt amoxicilline voorschrijven bij een pneumonie. De patient die u ziet heeft echter een geregistreerde amoxicilline allergie. Toch ziet u dat de patient het middel enkele jaren later via de huisartsenpost gekregen heeft en toen geen reactie had. De patient kreeg de registratie vanwege een huidreactie 10 jaar geleden. Is het veilig de amoxicilline alsnog voor te schrijven?

a)

JA

b)

NEE

c)

Ik twijfel nog en overleg met de allergoloog

7.

Wat is correct, met betrekking tot kruisreactiviteit?

a)

Tussen de verschillende klassen AB bestaat er en kruisovergevoeligheid, binnen de klassen van AB niet

b)

Binnen de groepen van penicillines en cefalosporines kunnen kruisreacties ontstaan

c)

Iemand met een penicilline-allergie mag nooit cefalosporines krijgen gezien de kruisreactiviteit.

8.

Welke uitspraak is correct, in verband met het niveau van registreren (op stofnaam, groep of handelsproduct)?

a)

Het niveau van registreren hangt af van het antibioticum waarbij de reactie is ontstaan en de ernst van de reactie

b)

Het beste is om altijd op groepsniveau te registreren

c)

Het maakt geen verschil of je op stofnaam, groep of handelsproduct registreert.

9.

Welk type antibiotica lokken geen allergische reactie uit?

a)

Penicillines

b)

Tetracyclines

c)

Chinolonen

d)

Alle AB kunnen een reactie uitlokken

10.

Welke uitspraak is correct in verband met het testen van antibiotica-allergieen bij kinderen?

a)

Bij kinderen is het niet mogelijk om een antibiotica-allergie te testen

b)

Bij het vermoeden van een type-I allergie zal bij kinderen steeds onder toezicht een 'oral drug challenge' worden uitgevoerd.

c)

Bij kinderen is het type test afhankelijk van de symptomen van de doorgemaakte reactie op het antibioticum