Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Russische Revolutie H3 P2

Total questions: 13

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht? 
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
2.

Wie was de leider van Bolsjewieken tijdens de Russische revolutie?

a)

Lenin

b)

Stalin

c)

Gorbatsjov

d)

Kamenev

3.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
4.
Door welke omstandigheden waren de ideeen van Karl Marx welkom in Rusland begin 20e eeuw?
a)
Door de opkomst van Hitler en de dreiging die daar vanuit ging uit Duitsland
b)
Door het opkomen van wereld imperialisme en de ontwikkelingen die daaruit volgde
c)
Doordat Rusland pas laat industrialiseerde en de leef en werkomstandigheden daarom beroerd waren 
d)
Vrijheid, gelijkheid en broederschap vanuit de Franse revolutie nu grond kregen in Rusland
5.
Communisme en nationaal-socialisme stonden op veel punten lijnrecht tegenover elkaar. Maar er waren ook overeenkomsten tussen beide ideologieën. Welke overeenkomsten waren er tussen de beide stelsels?
a)
Beide geloofden in de superioriteit van het blanke ras en in een gewelddadige revolutie.
b)
Beide geloofden in gelijkheid en een totalitaire regering.
c)
Beide maakten gebruik van propaganda en geloofden in gelijkheid.
d)
Beide maakten gebruik van geweld en persoonsverheerlijking van de leider.
6.
Molotov-Ribbentroppact houdt in:
a)
Een verdrag tussen Rus en de VS om elkaar niet dwars te zitten
b)
Een niet aanvalsverdrag tussen DU en Rus
c)
Een vredesverdrag tussen Rus, DU en Servië 
d)
Dat alle boeren op de kolchozen moesten werken onder grote dreiging van terreur
7.
Wat is propaganda?
a)
Een poster
b)
Politieke reclame
c)
Reclame voor een product
8.

Welk woord past het beste bij het begrip communisme?

a)

Vrijheid

b)

Nationalisme

c)

Geweldverheerlijking

d)

Gelijkheid

9.
De Eerste Wereldoorlog verliep dramatisch voor Rusland. Er braken rellen uit die uitliepen op de Russische Revolutie. Welke invloed had de Russische Revolutie op het verloop van de Eerste Wereldoorlog?
a)
Dankzij de Russische Revolutie kon Duitsland meer legers inzetten in  Frankrijk.
b)
Dankzij de Russische Revolutie kregen de Geallieerden er een sterke bondgenoot bij.
c)
Door de Russische Revolutie kreeg Duitsland  een sterke tegenstander bij.
d)
Door de Russische Revolutie verloor Duitsland een sterke bondgenoot.
10.
Wie is de uitvinder van het begrip Socialisme?
a)
Karl Marx
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas II
11.
In welk jaar kwam in Rusland de communistische partij aan de macht?
a)
1900
b)
1914
c)
1950
d)
1917
12.

Waardoor ontstond er in de winter van 1916-1917 een grote hongernood in Rusland?

a)

Doordat veel boeren moesten dienen in het Duitse leger.

b)

Doordat dat de opmars van de Duitsers veel landbouwgrond verwaarloosd werd.

c)

Doordat tsaar Nicolaas II opperbevelhebber van het leger werd.

13.

Een oorzaak van de Revolutie van 1905 was:

a)

Demonstraties in Petersburg

b)

De Japans-Russische oorlog

c)

Het aftreden van de Tsaar

d)

De terugkomst van Lenin