wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Keuzevoorzetsels theorievragen

Total questions: 10

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel keuzevoorzetsels zijn er in het Duits

a)

7

b)

2

c)

9

2.

Welke naamval kan er na een keuzevoorzetsel komen in het Duits?

a)

1e

b)

2e

c)

3e

d)

4e

3.

Als je na het voorzetsel een naamval invult, hoef je alleen naar het voorzetsel te kijken.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:

Ich sitze schon seit 4 Stunden auf diesem Stuhl.

a)

er zijn=3e naamval

b)

er komen=4e naamval

5.

Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:

Ich springe in das kalte Wasser.

a)

er zijn=3e naamval

b)

er komen=4e naamval

6.

Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:

Wir wohnen in diesem Haus.

a)

er zijn=3e naamval

b)

er komen=4e naamval

7.

Geef van het dikgedrukte zinsdeel aan of het er komen/er zijn is:

Der Ball rollt in das leere Tor.

a)

er zijn=3e naamval

b)

er komen=4e naamval

8.

Wat betekent vor?

a)

voor

b)

geleden

c)

achter

9.

Wat betekent zwischen?

a)

achter

b)

naast

c)

tussen

d)

voor

10.

Wat betekent neben?

a)

achter

b)

naast

c)

tussen

d)

voor