wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling 1hvwo

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Is deze naam goed geschreven als je let op hoofdletters? mevrouw Ten Brink

a)

Ja

b)

Nee

2.

Namen van volkeren schrijf je met een hoofdletter, zoals: Arabier, Eskimo, Palestijn en Bosjesman.

a)

Ja

b)

Nee

3.

Namen van provincies schrijf je niet met een hoofdletter, zoals: gelderland, friesland, brabant

a)

Ja

b)

Nee

4.

Je schrijft –ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt, zoals: feeën, genieën en reeën.

a)

Ja

b)

Nee

5.

Je schrijft –n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.

a)

Ja

b)

Nee

6.

Dit woord is goed gespeld: theorieën

a)

Ja

b)

Nee

7.

Dit woord is goed gespeld: koloniën

a)

Ja

b)

Nee

8.

Kolonie heeft nog een meervoud, namelijk: kolonies

a)

Ja

b)

Nee

9.

Het meervoud van horloge is horloge's

a)

Ja

b)

Nee

10.

Is het meervoud van diefstal: diefstals of diefstallen?

a)

Diefstals

b)

Diefstallen

11.

Is het meervoud van festival: festivals of festivallen?

a)

Festivallen

b)

Festivals

12.

Het meervoud van disjockey (dj) is:

a)

disjockey's

b)

disjockeys

13.

Het meervoud van hippie is:

a)

hippie's

b)

hippies

14.

Het meervoud van pizza is:

a)

pizzaas

b)

pizzas

c)

pizza's

d)

pizzaa's

15.

Het bijvoeglijk naamwoord heeft een korte en een lange vorm

a)

Klopt

b)

Klopt niet

16.

Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden spel je meestal met een -n aan het einde (zoals: gouden, zilveren, houten)

a)

Klopt

b)

Klopt niet

17.

Het bijvoeglijk naamwoord van 'nylon' is:

a)

nylon

b)

nylonnen

18.

'Wie gaat er mee naar de verjaardag van Wammes?', vraagt de klas. Deze zin staat in de directe/indirecte rede:

a)

Directe rede

b)

Indirecte rede

19.

Carlo zei dat we vanmiddag bij hem mogen gamen. Deze zin staat in de directe/indirecte reden?

a)

Directe rede

b)

Indirecte reden

20.

De infinitief van een werkwoord is het hele werkwoord in de tegenwoordige tijd (bijv. lachen, spelen, huilen)

a)

Correct

b)

Niet correct

21.

Een kenmerk van de infinitief is dat dit werkwoord nooit als enige werkwoord in de zin mag staan.

a)

Correct

b)

Niet correct

22.

Guus maakt een tekening. In welke tijd staat deze zin?

a)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

b)

Onvoltooid verleden tijd (ovt)

c)

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

d)

Voltooid verleden tijd (vvt)

23.

Guus had een tekening van een cavia gemaakt. In welke tijd staat deze zin?

a)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

b)

Onvoltooid verleden tijd (ovt)

c)

Voltooid tegenwoordige tijd (ovt)

d)

Voltooid verleden tijd (vvt)

24.

Ik zou over dit onderdeel meer uitleg willen/zelf meer in willen oefenen:

a)

Werkwoordsvormen en werkwoordstijden

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Directe en indirecte reden

d)

Meervouden op -en en -s

e)

Hoofdletters en leestekens