Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ziek? Wat nu?

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Als ik mijn tanden één keer per dag poets,

is dat genoeg.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Ik mag nooit ongezonde dingen eten.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Ik moet alleen mijn handen wassen als ze vuil zijn.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Wat is juist?


1. Een vaccin zorgt ervoor dat ik snel genees.

2. Een vaccin zorgt ervoor dat ik de ziekte niet krijg.

a)

1

b)

2

5.

Wat is juist?


1. Als ik een buil heb, leg ik er ijs op.

2. Als ik een buil heb, leg ik er een warme doek op.

a)

1

b)

2

6.
a)

juist

b)

fout

7.

a)

juist

b)

fout

8.

a)

juist

b)

fout

9.

a)

juist

b)

fout

10.

a)

juist

b)

fout

11.

a)

juist

b)

fout

12.

a)

juist

b)

fout

13.

Ik eet elke week zeker 2 keer frietjes met ketchup.

a)

gezond

b)

ongezond

14.

Ik ga jaarlijks eens op bezoek bij de tandarts.

a)

gezond

b)

ongezond

15.

Ik drink vooral water.

a)

gezond

b)

ongezond

16.

Ik kijk een hele dag TV.

a)

gezond

b)

ongezond

17.

Ik eet dagelijks voldoende fruit en groenten.

a)

gezond

b)

ongezond

18.

Ik speel vaak buiten.

a)

gezond

b)

ongezond

19.
a)

bij de dokter

b)

bij de tandarts

20.

a)

bij de dokter

b)

bij de tandarts

21.

a)

bij de dokter

b)

bij de tandarts

22.

a)

bij de dokter

b)

bij de tandarts

23.

Wat bij een bloedneus?

a)

ik leg er ijs op

b)

ik knijp mijn neus 5 minuten dicht

c)

ik hou het onder koud water

24.

Wat doe ik bij een buil?

a)

ik leg er een kwartier ijs op.

b)

ik spoel hem af met water.

c)

ik hou hem onder koud water.

25.

Wat moet ik doen bij een schaafwonde?

a)

ik hou er een kwartier ijs op.

b)

ik knijp mijn arm dicht.

c)

ik spoel het schoon met water en een proper doekje.

26.

Wat doe ik bij een brandwonde?

a)

ik hou het 10 minuten onder koud of lauw water.

b)

ik maak het schoon met een proper doekje.

c)

ik doe er ijs op.

27.
a)

kies

b)

snijtand

c)

hoektand

28.

a)

kies

b)

snijtand

c)

hoektand

29.

a)

kies

b)

snijtand

c)

hoektand

30.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

31.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

32.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5