Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spijsvertering week 2

Total questions: 30

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

wat is de Latijnse benaming voor de sluitspier van de maag naar de dunne darm?

a)

sfincter

b)

pylorus

c)

ductus

d)

ileum

2.

wat is de juiste volgorde.

a)

jejunum, duodenum, ileum

b)

ileum, jejunum, duodenum

c)

duodenum, ileum, jejunum

d)

duodenum, jejunum, ileum

3.

Zitten er in je maag dezelfde enzymen als in je mondholte?

a)

Nee

b)

Ja

4.

Welk klepje sluit de luchtpijp af?

a)

Huig

b)

Strottenklepje

5.

Welk klepje sluit de neusholte af?

a)

Huig

b)

Strottenklepje

6.

Uit welke moleculen is een eiwit opgebouwd?

a)

Vetzuren

b)

Glucose

c)

Aminozuren

d)

Water

7.

Welk deel van de darm is weergegeven in de afbeelding?

a)

colon

b)

duodenum

c)

ileum

d)

jejunum

8.

Wat voor spieren bevinden zich om de slokdarm om de voedselbrij voort te duwen?

a)

kring- en lengtespieren: glad spierweefsel

b)

kring- en lengtespieren: dwarsgestreept spierweefsel

c)

schuine en gekruiste spieren: glad spierweefsel

d)

schuine en gekruiste spieren: dwarsgestreept spierweefsel

9.

hematemesis = bloed braken.

a)

Juist

b)

Fout

10.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

11.

dit sap maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels

a)

maagsap

b)

gal

c)

alvleessap

d)

speeksel

12.

Nummer 2 is de

a)

maag

b)

lever

c)

dikke darm

d)

slokdarm

13.

Nummer 7 is de

a)

maag

b)

dunne darm

c)

lever

d)

alvleesklier

14.

verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

a)

2

b)

3

c)

11

d)

9

15.

Water wordt terug opgenomen in het lichaam in nummer

a)

11

b)

9

c)

3

d)

2

16.

Deze voedingsstoffen moeten wel verteerd worden

a)

mineralen water en vet

b)

eiwitten vet en vitamines

c)

eiwitten vet en koolhydraten

d)

koolhydraten eiwitten en water

17.

Vertering is

a)

lekker eten

b)

eten uitpoepen

c)

eten klein maken

d)

voedingsstoffen klein maken

18.

De ....vervoert O2 rijk bloed naar de lever

a)

Poortader

b)

Leverslagader

c)

Leverader

d)

Leverlymfe

19.

Welk bloedvat hieronder vervoert voedingsstofrijk bloed naar de lever?

a)

Nierslagader

b)

Leverader

c)

Poortader

d)

Darmslagader

20.

De galblaas knijpt het gal naarbuiten, waar komen de galwegen in uit?

a)

Maag

b)

Dikke darm

c)

12-vingerige darm

d)

Dunne darm

21.

Koolhydraten worden afgebroken door enzym:

a)

Lipase

b)

Amylase

c)

Maltose

d)

Peptidase

22.

Koolhydraten worden opgeslagen in de lever in de vorm van

a)

Glucagon

b)

Glucose

c)

Glycogeen

d)

Glucase

23.

Een ileus waarbij de darm fysiek geblokkeerd is noem je:

a)

Mechanische ileus

b)

Paralytische ileusileusilelelkjdfhljhn

24.

dit sap maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels

a)

maagsap

b)

gal

c)

alvleessap

d)

speeksel

25.

de galblaas is nummer

a)

7

b)

8

c)

6

d)

10

26.

Wat is nummer 4?

a)

De maag

b)

De lever

c)

De alvleesklier

d)

De dikke darm

27.
Enzymen zorgen ervoor dat.....
a)
De verteringsreactie wordt versneld
b)
De voedingstoffen door het verteringsstelsel worden geduwd
c)
Vet met water kan mengen
d)
Bacteriën worden gedood
28.
Welk van de onderstaande sappen bevatten enzymen
a)
Alvleessap en speeksel
b)
Alvleessap en maagzuur
c)
Gal en maagzuur
d)
Gal en speeksel
29.

Welke van onderstaande is één van de functies of gevolgen van maagzuur?

a)

Het splits triglyceriden

b)

Het activeert pepsinogeen naar pepsine

c)

Het zorgt voor maagzweren

d)

Het remt de vorming van epitheelcellen

30.

De functie van galzouten in de vetvertering is...

a)

het hydrolyseren van triglyceriden

b)

het scheiden van individuele vetmoleculen

c)

het oplossen van vet in water

d)

het emulgeren van vet in water