wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HBO Verloskunde Voortplantingsstelsel

Total questions: 55

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn gonads

a)

Geslachtsklieren

b)

Geslachtscellen

c)

Reductiecellen

d)

Spermatoctyten

2.

Wat zijn gametes

a)

Geslachtshormonen zoals oestrogeen en testosteron

b)

Een synoniem van dochtercellen

c)

Sperma en eicellen

d)

Chromatiden

3.

Hoeveel chromosomen hebben Haploid cellen

a)

46

b)

92

c)

23

d)

16

4.

Hoeveel chromosomen hebben diploid cellen?

a)

46

b)

92

c)

23

d)

16

5.

Wanneer gebeurt de crossover?

a)

Mitose in de telofase

b)

Mitose in de profase

c)

Meiose in de anafase

d)

Meiose in de metafase

6.

Aan het einde van de Meiose telofase II. Hoeveel, en wat voor cellen blijven er over?

a)

4 haploide cellen

b)

4 diploide cellen

c)

2 haploide cellen

d)

2 diploide cellen

7.

Waar wordt sperma, en het mannelijke hormoon testosteron geproduceerd?

a)

epidymis (bijbal)

b)

prostaat

c)

vas deferens (zaadleider)

d)

Testes (zaadbal)

8.

Wat is de functie van Myoid cellen?

a)

Samentrekken om sperma en vocht uit de testes te duwen

b)

Stimulatie voor testosteron produceren

9.

Wat is de volgorde van de weg die sperma aflegt?

a)

testes, ductus deferens, epididymis, urethra, ejaculatory duct

b)

testes, epididymis, ductus deferens, urtehtra, ejaculatory duct

c)

testes, epididymis, ductus deferens, ejaculatory duct, urethra

10.

Waaruit bestaan de 'accessory structures' die vocht toedienen aan het zaad voor de bewegelijkheid?

a)

prostaat, testes en ductus deferens

b)

prostaat, zaadblaasje en de klieren van Bulbourethral

c)

seminal vesciles

d)

corpus luteum, corpus albicans, corpus cavernosum

11.

Welk begrip past bij deze uitleg:

'De vorming van spermacellen'

a)

Spermatogenese

b)

Spermiogenese

c)

Spermatogonia

12.

Welk begrip past bij de volgende uitleg:

'De rijping van de spermatiden tot spemacellen'

a)

Spermatogenese

b)

Spermiogenese

c)

Spermatogonia

13.

Welk hormoon produceerd testosteron

a)

FSH

b)

LH

14.

Welk hormoon zorgt er bij de man voor dat er secundaire geslachtshormonen ontstaan?

(a)  

15.

Wat is de 'male climacteric'

a)

Het begin van de puberteit bij de man, waar de geslachtsorganen beginnen te werken

b)

Het eerste orgasme van de man

c)

De menopause van de man, waar de geslachtsorganen beginnen te weigeren

d)

De mannelijke libido

16.

In welke laag van de baarmoeder nestelt de bevruchte eicel zich in?

a)

perimetrium

b)

myometrium

c)

endometrium

17.

Wat is de functie van de vagina?

* 3 van de 4 antwoorden zijn juist

a)

Een ingang voor de penis

b)

Een uitgang voor de baby tijdens de bevalling

c)

Voor de menstruatie

d)

Beschermwand voor de embryo

18.

Waar of niet waar

'De opening van de urethra behoort tot de externa genitalia van de vrouw'

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Wanneer krijgt de aveoli een functie?

a)

Wanneer zwangerschap plaatsvind

b)

Wanneer de vrouw secundaire geslachtshormonen krijgt

c)

Na de geboorte van mevrouw haar 1e kind

20.

Wat is de term voor de ontwikkeling van een eicel

a)

follicular fase

b)

Oogenesis

c)

Ovulation

21.

Wanneer ontstaan er eicellen in een vrouw

a)

Voor de geboorte

b)

Na de geboorte

c)

Tijdens de ontwikkeling als kind

d)

Na de puberteit

22.

Een volgroeide follikel noem je een vescular follikel

a)

Juist

b)

niet juist

23.

Wat gebeurd er tijdens de Luteal fase (3e fase van de ovariele cyclus)

a)

De follikel scheurt open en een secundaire eicel komt vrij

b)

De follikel veranderd in het gele lichaam en produceert progestestoron

c)

De follikel groeit van een primaire follikel -> secundaire follikel -> vesicular follikel

d)

Het gele lichaam sterft af en er treedt menstruatie op

24.

Welk hormoon zorgt voor de secundaire geslachtsorganen bij de vrouw

(a)  

25.

Wat scheidt het lichaam uit tijdens de menstruatie?

a)

Een niet bevruchte eicel

b)

Het endometrium

c)

De baarmoedermond

26.

De utrine cyclus bestaat uit 3 fases. De menstruele fase, de proliferative fase en de secratory fase. Wat gebeurt bij de proliferative fase?

a)

Het endometrium/stratum functionalis bouwt zich weer op en ovulatie vind plaats.

b)

Het endometrium bereid zich voor op implantatie

c)

Het endmetrium/stratum functionalis laat los en er is een menstruatie

27.

Noem een voorbeeld van een barriere methode van anticonceptie

a)

de anticonceptie pil

b)

het condoom

c)

de spiraal

d)

de prikpil

28.

noem een voorbeeld van hormonale anticonceptie methodes * meerdere antwoorden mogelijk

a)

de anticonceptie pil

b)

het condoom

c)

de spiraal

d)

sterilisatie

29.

Wat is een tubaligatie? Is dit permanent?

a)

Mannelijke sterilisatie, dit is permanent

b)

Mannelijke sterilisatie, dit is niet permanent

c)

Vrouwelijke sterilisatie, dit is permanent

d)

Vrouwelijke sterilisatie, dit is niet permanent

30.

Wat is een vasectomie, is dit permanent?

a)

Mannelijke sterilisatie, dit is (meestal) permanent

b)

Mannelijke sterilisatie, dit is (meestal) niet permanent

c)

Vrouwelijke sterilisatie, dit is (meestal) permanent

d)

Vrouwelijke sterilisatie, dit is (meestal) niet permanent

31.

Waarom kunnen vrouwen onvruchtbaar raken van onbehandelde chlamydia?

a)

Omdat het baarmoederslijmvlies hierdoor niet meer functioneert.

b)

Doordat de follikels misvormd worden, en daardoor beschadigen

c)

Omdat er hierdoor cystes ontstaan rondom de geslachtsorganen waardoor de zygoot niet kan innestelen

d)

Doordat de infectie in de eileiders littekenweefsel geeft waardoor het zaad geblokkeerd wordt

32.

Chlamydia komt door een virus

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

Waardoor komt syfilis

a)

Virus

b)

Bacterie

c)

Schimmel

d)

Parasiet

34.

Waardoor komt Trichomoniasis

a)

Virus

b)

Bacterie

c)

Schimmel

d)

Parasiet

35.

Tijdens welke fase heet de bevruchte eicel een zygoot, en dan een blastocyst?

a)

pre-embryonic fase

b)

Embryonic fase

c)

Fetal fase

36.

Tijdens welke fase heet de bevruchte eicel nu een embryo?

a)

pre-embryonic fase

b)

Embryonic fase

c)

Fetal fase

37.

In welke fase heet de bevruchte eicel nu een fetus?

a)

pre-embryonic fase

b)

Embryonic fase

c)

Fetal fase

38.

Zijn monozygotic twins eeneiig of tweeeiig

a)

eeneiig

b)

tweeeiig

39.

fraternal/dizygotic twins, zijn die eeneeiig of tweeeiig?

a)

Eeneiig

b)

tweeeiig

40.

Wat is een ander woord voor een spontane abortus

a)

Ongewenst kind weghalen

b)

Miskraam

41.

Wat is de functie van vruchtwater

a)

Drinken voor de embryo

b)

Voorbereiding op zwemmen

c)

Bescherming tegen stoten van buitenaf

d)

In het vruchtwater zitten stoffen die de embryo zijn immuunsystemen sterk maken

42.

Wat is de meest voorkomende oorzaak van MMR (maternal mortality ratio)

a)

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

b)

Keizersnedes

c)

Leeftijd

d)

Pre eclampsie/hersenbloeding

43.

Een zwangere vrouw (32 weken zwanger) is overleden door HELLP syndroom, dat ontwikkeld is tijdens de zwangerschap. Onder welke categorie valt dit?

a)

Directe moedersterfte

b)

Indirecte moedersterfte

c)

Late moedersterfte

d)

Zwangerschap gerelateerde sterfte

44.

Een zwangere vrouw (24 weken zwanger) heeft ernstige diabetes type I. Tijdens haar zwangerschap krijgt ze ook een te hoge bloeddruk waardoor ze komt te overlijden. Welk begrip past hierbij?

a)

Directe moedersterfte

b)

Indirecte moedersterfte

c)

Late moedersterfte

d)

Zwangerschap gerelateerde sterfte

45.

2 weken na de bevalling komt moeder te overlijden door kraamvrouwenkoorts. Onder welke categorie valt dit?

a)

Directe moedersterfte

b)

Indirecte moedersterfte

c)

Late moedersterfte

d)

Zwangerschap gerelateerde sterfte

46.

De zwangere vrouw heeft terminale leukemie. Ze heeft een fijne en gezonde zwangerschap maar komt helaas te overlijden. Onder welke categorie valt dit?

a)

Directe moedersterfte

b)

Indirecte moedersterfte

c)

Late moedersterfte

d)

Zwangerschap gerelateerde sterfte

47.

Wat is de meest voorkomende oorzaak van zuigelingen sterfte

a)

Meerlingzwangerschappen

b)

Roken/Alcohol

c)

Vroeggeboorte

d)

Leeftijd moeder

48.

Waarvoor is een SEO

a)

Search environment obstretic, bij 10 weken zwangerschap voor viraliteit

b)

Structureel echoscopisch onderzoek, bij 20 weken

c)

Surveillant erfelijkheids onderzoek: bij 13 weken.

d)

Safe environment obstretic: meldcode wanneer verloskundige in gevaar is

49.

Wat is Abortus Provocatus

a)

Ongewenst kind weghalen

b)

Miskraam

c)

Een doodgeboren kind onder de 40 weken.

d)

Een onopgemerkte miskraam

50.

Wat is een overtijdbehandeling?

a)

Zwangerschapsafbreking boven de 24 weken

b)

Een ander woord voor de eerste afspraak bij de verloskundige

c)

Zwangerschapsafbreking binnen 16 dagen na de gemiste menstruatie

d)

Een ander woord voor een morning after pil

51.

Vanaf welke week houdt de PRN (prenitale registratie Nederland) de geboortes bij?

a)

6 weken

b)

13 weken

c)

16 weken

d)

20 weken

52.

Wat is het Verloskundig Vademecum?

a)

Hierin worden veilig incidenten gemeld bij fouten in de geboortezorg

b)

Hierin worden alle overleden kinderen gemeld met het doel voor onderzoek

c)

Hierin worden statistieken bijgehouden rondom de zwangere

d)

Hierin staan richtlijnen vastgesteld voor de communicatie tussen de verloskundige en andere zorgverleners

53.

Casus: Nyguen (23 jaar) woont in centrum Rotterdam, is zwanger van haar 1e kind.

Waar zou zij statistisch gezien eerder bevallen?

* Let op urbanisatiegraad, leeftijd, pariteit, etniciteit, verloskundigenpraktijk *

a)

Thuis

b)

Ziekenhuis

54.

Casus: Linda (36 jaar) woont in dorp Gees, is zwanger van haar 4e kind.

Waar zou zij statistisch gezien eerder bevallen?

* Let op urbanisatiegraad, leeftijd, pariteit, etniciteit, verloskundigenpraktijk *

a)

Thuis

b)

Ziekenhuis

55.

Waarvoor staat NICU waarvoor te vroeg geboren kinderen / ernstig zieke pasgeborenen komen

a)

Newborn Insufficiancy Care Unit.

b)

Neonatale Intensieve Care Unit.