Font size
WorksheetsTest je Frans
Total questions: 18
Worksheet time: 11mins
Vrai (waar) ou faux (niet waar)
In het Frans vertaal je de / het met le, la en les
vrai
faux
Vrai ou faux
un village betekent een stad
vrai
faux
Vrai ou faux
In het Frans maak je onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden
vrai
faux
Vrai ou faux
Le gebruik je voor vrouwelijke woorden
vrai
faux
Vrai ou faux
Zij heet Lea vertaal je met Elle s'appelle Léa.
vrai
faux
Als je iemand groet, wat zeg je dan?
Bonjour
Salut
Au revoir
Merci
Als iemand je iets geeft, wat zeg je dan?
Bonjour
Salut
Merci
Au revoir
Il y a betekent
er is / er zijn
hij is
Vrai ou faux
de lift vertaal je met l'ascenseur
vrai
faux
Hoe zeg je in het Frans?
Ik woon in .....
Je m'appelle.....
Je suis .....
J'habite à ....
Wat is het Franse woord voor 'de vader'?
la voiture
le père
le jardin
la cuisine
Wat is het Franse woord voor 'groot'?
grand
petit
grande
magnifique
Iemand vraagt of je mee naar de bioscoop (le cinéma) gaat. Dit lijkt je wel leuk. Hoe reageer je?
Bienvenue
D'accord
Au revoir
Non
Als je te laat komt, dan ben in het Frans....
chez toi
trop loin
en retard
(a) is de hoofdstad van Frankrijk
Emmanuel (a) is de president van Frankrijk.
is de Franse feestdag
(a)
Wat vond je tot nu toe moeilijk aan het vak Frans?
