wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grieken - oefening 2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de volgende stellingen is juist?


1: In een aristocratie had een klein groepje filosofen de macht

2: In de Atheense democratie mochten de mannen met stemrecht de bestuurders kiezen

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

2.

Welke van de volgende stellingen is juist?

1: Filosoof en arts Hippocrates geloofde dat ziektes veroorzaakt werden door de goden

2: De Trojaanse Oorlog is een mytisch verhaal van Homerus.

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

3.

Na de dood van Alexander de Grote werd zijn rijk verdeeld. Welk gebied van zijn rijk kreeg geen Griekse heerser?

a)

De Griekse stadstaten

b)

West-Azië

c)

Egypte

d)

Afghanistan

4.

Welke van de onderstaande stellingen is juist?


1: De Grieken stichtten koloniën rondom het Middellandse zeegebied vanaf de 11e eeuw voor Christus

2: Een reden om koloniën te stichten was de dreiging van een hongersnood in de Griekse stadstaten

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

5.

Wat hoort niet bij Griekse filosofen

a)

Goden zijn net mensen

b)

De natuur proberen te verklaren

c)

Vragen stellen

d)

De zieken proberen te helen

6.

In welke van de onderstaande staatsvormen is de macht niet verdeeld over meerdere personen?

a)

Aristocratie

b)

Oligarchie

c)

Tirannie

d)

Democratie

7.

In de Peloponnesische Oorlog vochten de Grieken tegen de Perzen

a)

Goed

b)

Fout

8.

De Grieken stichtten ook poleis in Turkije en op Cyprus

a)

Goed

b)

Fout

9.

Wat betekent "een spartaanse opvoeding"?

a)

Een vrolijke opvoeding

b)

Een strenge opvoeding

c)

Een vrije opvoeding

d)

Een gelovige opvoeding

10.

Welke bestuursvorm heeft Athene gehad in de Ouheid?

a)

Alleen democratie

b)

Democratie en Tirannie

c)

Democratie, tirannie en oligarchie

d)

Democratie, tirannie, oligarchie en aristocratie

11.

Welke van de volgende stellingen is juist?


1: Athene had as gericht op de zee en had (vooal) een grote vloot

2: Sparta was gericht op het land en had (vooral) een groot landleger

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

12.

Wie was geen Griekse filosoof?

a)

Homeros

b)

Plato

c)

Aristoteles

d)

Sokrates

13.

Wie was geen Griekse filosoof?

a)

Homeros

b)

Plato

c)

Aristoteles

d)

Sokrates

14.

uit hoeveel mensen bestond het bestuur dat Athene direct na de Peloponnesische oorlog kreeg (van Sparta)?

(a)  

15.

Welke Perzische koning verwoestte Athene in 480 v. Cr.?

(a)