wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lymfe en bloedgroepen

Total questions: 24

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat bepaalt een bloedgroep?

a)

De antigenen op de witte bloedcellen

b)

De antigenen op de rode bloedcellen

c)

De antistoffen die je aanmaakt

d)

Er is maar 1 soort bloed

2.

Welke bloedgroepen zijn er?

a)

A

b)

O

c)

AB

d)

C

e)

B

3.

Wat gebeurt er als je de verkeerde bloedgroep krijgt bij een transfusie?

a)

Niks

b)

Rode bloedcellen klonteren

c)

Rode bloedcellen barsten

d)

Witte bloedcellen klonteren

4.

Waarom kan bloedgroep O aan iedereen doneren?

a)

Dat kan niet

b)

De antistoffen worden uit het donorbloed gehaald en O heeft geen antigenen

c)

De antistoffen in bloedgroep O zijn minder dan in andere bloedgroepen en kunnen daarom worden genegeerd

d)

De antigenen van bloedgroep O kunnen tegen de antigenen van de andere bloedgroepen

5.

Wat vindt je niet in het lymfesysteem?

a)

Lymfe

b)

Rode bloedccellen

c)

Witte bloecellen

d)

Voedingsstoffen

6.

Wat is/zijn de functie(s) van het lymfesysteem?

a)

Ziekteverwekkers bestrijden

b)

Rode bloedcellen maken

c)

Vocht afvoeren

d)

Witte bloedcellen maken

7.

Welke onderdelen van het lymfestelsel worden aangegeven bij 1 en 2 in de abeelding?

a)

1=Lymfevat

b)

2=Lymfevat

c)

1=lymfeknoop

d)

2=lymfeknoop

8.

Wat is lymfe?

a)

Bloed zonder rode bloedcellen

b)

Weefselvloeistof dat niet opnieuw wordt opgenomen in de bloedsomloop

c)

Celvloeistof zonder nuttige deeltjes

d)

Overtollig water dat moet worden afgevoerd

9.
Welke bloeddeeltjes zitten er in lymfe?
a)
Rode bloedcellen.
b)
Witte bloedcellen.
c)
Bloedplaatjes.
d)
Bloedplasma.
10.

In de afbeelding zie je een doorsnede van weefsel met omliggende cellen en een haarvat. Wat voor een vocht wordt aangewezen met pijl P?

a)

Bloedplasma

b)

Lymfe

c)

Weefselvloeistof

11.

[Meerdere antwoorden mogelijk]. Uit welke stoffen bestaat lymfevloeistof?

a)

Opgeloste stoffen

b)

Water

c)

Witte bloedcellen

d)

Rode bloedcellen

12.
Hoe ontstaat lymfe?
a)
Door de afbraak van witte bloedcellen
b)

Bloedplasma gaat vanuit de bloedbaan naar een weefsel- vanuit het weefsel gaat het plasma naar een lymfevat

c)
Onder invloed van hormonen
d)

Bij een ontsteking waarbij witte bloedcellen doodgaan

13.
Waar worden rode bloedcellen gemaakt?
a)
Lymfeklieren
b)
In het rode beenmerg
c)
In de lever
d)
In de milt
14.
Wat is de functie van witte bloedcellen
a)
Ziekteverwekkers opwekken
b)
Ziekteverwekkers bestrijden
c)
vervoer van CO2 en zuurstof
d)
Bloedstolling
15.
Wat is de functie van rode bloedcellen?
a)
Afweer tegen ziekteverwekkers
b)
Ziekteverwekkers herkennen
c)
bloedstolling
d)
Zuurstof opnemen en vervoeren
16.
Een slachtoffer heeft bloedgroep A. Wat voor Donorbloed kan deze persoon ontvangen?
a)
Bloedgroep 0
b)
Bloedgroep B
c)
Bloedgroep AB
17.

Wat is GEEN functie van een lymfeknoop?

a)

Het maken van witte bloedcellen.

b)

Het maken van rode bloedcellen.

c)

Zorgen voor de afvoer van lymfe.

18.

Enkele stoffen die in weefselvloeistof voorkomen zijn glucose, koolstofdioxide en zuurstof. Welk van deze stoffen worden door weefselvloeistof naar de cellen toe gevoerd?

a)

Alleen glucose en zuurstof

b)

Alleen koolstofdioxide

c)

Alleen glucose, koolstofdioxide

d)

Glucose, zuurstof en koolstofdioxide

19.
Bij welk type bloedvaten kunnen witte bloedcellen door de wand heen?
a)
Slagaders
b)
Aders
c)
Haarvaten
d)
Poortader
20.
Op deze rode bloedcel zitten twee verschillende antigenen. Welke bloedgroep is dit?
a)
A
b)
B
c)
AB
d)
O
21.
Op het celmembraan van de rode bloedcel van iemand met bloedgroep A bevindt zich: 
a)
Antistof A
b)
Antistof B
c)
Antigeen A
d)
Antigeen B
22.

wat zijn kenmerken van een infectieziekte?

meerder antwoorden mogelijk.

a)

besmettelijk

b)

veroorzaakt door een virus of bacterie

c)

veroorzaakt door een supervirus

d)

ongeneeslijk

23.

wat in je lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers?

a)

afweersysteem

b)

bloedsomloop

c)

uitscheidingsstelsel

d)

medicijnen

24.

waar of niet waar?

kan iemand met bloedgroep A antigenen B hebben

a)

waar

b)

niet waar