wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1. Verkoop en service H2 Klanten helpen

Total questions: 23

Worksheet time: 2hrs 55mins

Name
Class
Date
1.

Wat is 'hospitality'?

4 lines
2.

Waar of niet waar.


Iedere klant heeft dezelfde verwachtingen als hij een bezoek doet aan een winkel.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Noem de 3 onderdelen van hospitality.

4 lines
4.

Deze klant kun je het beste gesloten vragen stellen. Vooral als het druk is in de winkel. Het kan dat deze klant een bekende is van jou.

a)

Praatgrage klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

5.

Deze klant weet wat hij wilt. heeft vaak een lijstje bij zich wat afgevinkt kan worden. Deze klant vaak niet vaak om advies. En denkt het soms zelfs beter te weten.

a)

Praatgrage klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

6.

x

a)

Praatgrage klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

7.

Deze klant weet het nog niet helemaal zeker. Hij heeft ook geen vaste ideeën over het merk of prijsklasse. Vakkennis en doelgerichte vragen is belangrijk bij deze klant.

a)

Praatgrage klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

8.

Belangrijk is bij deze klant dat je rustig en zakelijk blijft. Onthoud dat hoe deze klant tegen jou doet niet persoonlijk is!

a)

Praatgrage klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

9.

Soms is deze klant verlegen en durft hij niet om hulp te vragen, het kan zijn dat deze klant exact weet wat hij wilt, maar het kan ook zijn dat het niet zo is. Open vragen zijn belangrijk bij deze klant.

a)

De haastige klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

10.

Deze klant laat soms nonverbale communicatie zien zoals, zuchten, van een been op een ander been springen. Deze klant heeft geen tijd voor een verkoopgesprek. En wilt het liefst de winkel zo snel mogelijk verlaten.

a)

De haastige klant

b)

Zelfverzekerde klant

c)

Twijfelende klant

d)

Stille klant

e)

Boze klant

11.

Waar past dit bij?


Deze klant is eerlijk, cijfermatig, wilt graag bewijzen zien en weet wat de concurrenten bieden. Belangrijk is dat je kort en bondig praat tegen deze klant.

a)

Logische klant

b)

Creatieve klant

c)

Praktische klant

d)

Emotionele klant

12.

Waar past dit bij?


Deze klant is vindt de vormgeving en de kleur belangrijk. Ook is deze klant visueel (met beelden) ingesteld, belangrijk is dat de artikelen laat zien, maar ook de klant laat voelen.

a)

Logische klant

b)

Creatieve klant

c)

Praktische klant

d)

Emotionele klant

13.

Waar past dit bij?


Deze klant gebruikt weinig woorden en is doelgericht. Deze klant is niet snel enthousiast. Hij heeft dit product gewoon nodig en wilt het kopen. Situaties uit de praktijk zijn belangrijk. Voordelen benoemen en goede argumenten zijn de juiste benadering bij deze klant.

a)

Logische klant

b)

Creatieve klant

c)

Praktische klant

d)

Emotionele klant

14.

Waar past dit bij?


Deze klant vertelt iets persoonlijk, is vaak lang van stof. Kan snel enthousiast zijn maar ook snel teleurgesteld. Stel persoonlijke vragen en luister goed. Wanneer een klant negatief is rond je het gesprek af.

a)

Logische klant

b)

Creatieve klant

c)

Praktische klant

d)

Emotionele klant

15.

Waar of niet waar.


Verbale communicatie is met je lichaam/lichaamstaal.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Waar of niet waar.


Non verbale communicatie is met je lichaam/lichaamstaal.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Waar staat de afkorting LSD voor?

(a)  

18.

Waar of niet waar.


Uiterlijk is eigenlijk niet echt belangrijk in een verkoopgesprek (denk aan 10% van het hele gesprek)

a)

waar

b)

niet waar

19.

Waar of niet waar.


Uiterlijk is een onderdeel van non-verbale communicatie.

a)

waar

b)

niet waar

20.

Noem 2 dingen die je doet als een boze klant of een klant met een klacht bij je komt.

4 lines
21.

Waarom is op de juiste manier afscheid nemen van een klant zo belangrijk?

4 lines
22.

Noem 2 redenen waarom je een artikel inpakt.

4 lines
23.

Waar of niet waar.


Een product wordt altijd hetzelfde ingepakt, ongeacht in welk type winkel je het koopt. (denk aan bloemen, die kun je bij verschillende verkoopkanalen kopen)

a)

waar

b)

niet waar