Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling BS 2 en 3 Erfelijkheid

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Welke geslachtschromosomen heeft de man?

a)

XX

b)

XY

c)

XXY

d)

Y

2.

Is dit het chromosoomportret van de man of de vrouw?

a)

De man

b)

De vrouw

3.

Waardoor wordt het geslacht van de baby bepaald? En waarom?

a)

De zaadcel, want die kan een X- of Y-chromosoom bevatten.

b)

De zaadcel, want een zaadcel kan kiezen of hij een X- of Y-chromosoom bevat.

c)

De eicel, want die kan een X- of Y-chromosoom bevatten.

d)

De eicel, want die bepaald welke zaadcel mag bevruchten.

4.

Hoeveel chromosomen zitten er in één lichaamscel?

a)

23

b)

46

c)

92

5.

Wat betekent 'homozygoot'?

a)

Een homozygoot iemand heeft verschillende genen voor een eigenschapen.

b)

Een homozygoot iemand heeft dezelfde genen voor een eigenschapen.

c)

Een homozygoot iemand heeft altijd krullend haar.

d)

Een homozygoot iemand heeft altijd een gelijk aantal chromosomen in de kern.

6.

Een recessief gen komt altijd tot uiting in het fenotype.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Wat is een intermediair fenotype?

a)

Bij een intermediair fenotype zijn de genotypen altijd homozygoot recessief.

b)

Bij een intermediair fenotype zijn de genotypen altijd homozygoot dominant.

c)

Een intermediair fenotype komt alleen voor bij bloemen.

d)

Bij een intermediair fenotype zijn de genotypen altijd heterozygoot.

8.

Hoe schrijf je een homozygoot dominante eigenschap op?

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

d)

ArAw