wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

DOEL Delft quizz Gezondheid, lichaam en Bewegen

Total questions: 35

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Welke stof(fen) zijn meer aanwezig bij ingeademde lucht en minder aanwezig bij uitgeademde lucht?

a)

zuurstof - koolstofdioxide - waterdamp

b)

Koolstofdioxide - edelstoffen - waterdamp

c)

zuurstof

d)

Koolstofdioxide

2.
Je slikt een stukje brood door. Welk orgaan komt dit voedingsmiddel het eerste tegen?
a)
Dunne darm
b)
Maag
c)
Twaalvingerige darm
d)
Dikke darm
3.

Wat is de functie van bouwstoffen

a)

Groei, ontwikkeling en herstel

b)

Verbranding

c)

Vernieuwing

d)

Opslag

4.

Hoeveel liter bloed stroomt er gemiddeld door een volwassen mens?

a)

3-4 liter

b)

8-9 liter

c)

1-2 liter

d)

5-6 liter

5.

Van groot naar klein, welke volgorde is correct?

a)

Organisme, orgaansysteem, orgaan, weefsel, cellen

b)

Orgaansysteem, weefsel, organen, cellen, organisme

c)

cellen, weefsel, orgaan, orgaansysteem, organisme

d)

Organisme, orgaan, orgaansysteem, cellen, weefsel

6.

Waarom heeft ons lichaam zuurstof nodig?

a)

Om te kunnen ademen

b)

Voor de verbranding van voedingsstoffen

c)

Voor de afvoer van afvalstoffen

d)

Om de cellen stevigheid te geven

7.

Met hoeveel km per uur kan de lucht bij niesen uit je neus komen?

a)

50 km per uur

b)

160 km per uur

c)

70 km per uur

d)

90 km per uur

8.

Uit hoeveel % water bestaat het menselijk lichaam gemiddeld?

a)

80 procent

b)

60 procent

c)

40 procent

d)

20 procent

9.

Je ziet hier een type gewricht uit het menselijk lichaam. Op welke twee plekken komt dit type gewricht voor?

a)

in je schedel en tussen je vingerkootjes

b)

tussen het spaakbeen en ellepijp en in de knie

c)

in de schouder en in de elleboog

d)

in de heup en in de schouder

10.

Welk gewrichtsonderdeel wordt bedoeld met nummer 1?

a)

gewrichtskapsel

b)

kraakbeenlaagje

c)

gewrichtssmeer

d)

kapselband

11.

Hoeveel vocht heeft een volwassene per dag nodig?

a)

2 glazen per dag

b)

een flesje van een halve liter

c)

1 liter kan water

d)

tussen 1,5 en 2 liter

12.

Hoe heet deze figuur?

a)

De schijf van vijf 2.0

b)

Nutri-score

c)

Een bewegingsdriehoek

d)

Een energielabel

13.

Waarom wil je je BMI berekenen?

a)

Om te weten of je gewicht ok is.

b)

Om te weten hoe groot je moet zijn.

c)

Om te weten hoe oud je zal worden.

d)

Om te weten hoeveel je nog mag eten.

14.

Bij welke BMI waarde heb je een gezond gewicht?

a)

10 - 18

b)

30 - 40

c)

25 - 29

d)

18 - 25

15.

Welke voedingsmiddelen zijn gezond en leveren veel energie?

a)

Chips, water en wortels

b)

Kipkerrie, kroket en cola

c)

Biefstuk, melk en olijfolie

d)

Groenten, fruit en water

16.

Bestaat er gezonde en ongezonde vetten?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Nee, alleen ongezonde en gezonde oliën

d)

Weet ik niet

17.

Wat is de aanbevolen hoeveelheid beweging per dag?

a)

15 min

b)

1,5 uur

c)

30 min

d)

1 uur

18.

Sinaasappelsap is gezond.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Ja, maar alleen vers geperst.

d)

Nee, behalve die van de Jumbo

19.

Wat is de aanbevolen hoeveelheid volkoren boterhammen per dag?

a)

2 tot 3 boterhammen

b)

3 tot 4 boterhammen

c)

4 tot 5 boterhammen

d)

5 tot 6 boterhammen

20.

Wat is de aanbevolen hoeveelheid porties fruit per dag?

a)

3

b)

4

c)

2

d)

1

21.

Ali was heel goed in het doen van de bottle flip. Hij heeft dit al een jaar niet meer gedaan. Maar na een paar keer oefenen landen alle flesjes weer op hun "voetjes". Zijn kleine broertje Achmed wil het ook kunnen maar na twee dagen oefenen is het hem nog maar 1x gelukt. Hoe kan het, dat Ali het na een jaar niet te hebben gedaan, het toch weer lukt?

a)

Dat is gewoon mazzel

b)

Zijn coördinatie is heel goed, dat van zijn broertje niet

c)

De beweging is opgeslagen in Ali zijn motorische geheugen

d)

Na een paar keer oefenen is zijn conditie weer hetzelfde als een jaar geleden

22.
Welke verandering treedt er op in de spieren als je door training sterker wordt?
a)
De spiervezels worden dikker
b)
Er worden nieuwe spiervezels aangemaakt
c)
De spiervezels worden langer
d)
De pezen worden steviger
23.

Wat is de maximaal aanbevolen hoeveelheid zout die je dagelijks mag consumeren?

a)

3 gram

b)

15 gram

c)

9 gram

d)

6 gram

24.

Welk voedingsstof levert ons geen energie?

a)

Mineralen

b)

Eiwitten

c)

Koolhydraten

d)

Vetten

25.

Welke voedingsmiddelen bevatten geen eiwitten?

a)

Groenten.

b)

Oliën en suiker.

c)

Aardappels.

d)

Alle hierboven genoemde voedingsmiddelen bevatten eiwitten.

26.
Wat zijn voedingsstoffen?
a)
alles wat je eet of drinkt
b)
bruikbare delen uit etenswaren
c)
bouwstoffen en brandstoffen
d)
onverteerbare delen
27.

Wat zijn additieven?

a)

bijproducten van voedingsstoffen

b)

afvalstoffen van voedingsstoffen

c)

verbrandings-processen van voedingsstoffen

d)

stoffen die extra aan voeding worden toegevoegd

28.
In welk voedingsmiddel zitten de meeste koolhydraten?
a)
pasta
b)
appels
c)
vis
d)
boter
29.
Waarin zitten de meeste voedingsvezels?
a)
biefstuk
b)
bananen
c)
friet
d)
boterhammen
30.

Waarvan is de hoeveelheid eten die je per dag nodig hebt afhankelijk?

a)

leeftijd

b)

lengte

c)

de hoeveelheid energie die je verbruikt

d)

alle drie

31.
Wanneer eet je gezond?
a)
als je minder eet dan dat je verbruikt
b)
als je alle voedingstoffen binnen krijgt
c)
als je niet te vet eet
d)
al je niet te zout eet
32.

Wat is het belang om motorische en intellectuele uitdagingen met je zelf aan te blijven gaan.

a)

Het stimuleert je hersenen om zich te blijven ontwikkelen.

b)

Het legt tijdelijk de samenwerking tussen de linker- en rechter hersenhelft stil zodat de frontale cortex beter werkt.

c)

Je tegenstander is dan direct gewaarschuwd.

d)

Het is niet goed omdat je er stress van krijgt.

33.

Waarom zijn bewuste ontspannings oefeningen essentieel in het dagelijks leven?

a)

Het verminderd langdurige stress,

b)

Het verwijt de bloedvaten in de hersenen zodat we deze beter kunnen gebruiken.

c)

Het biedt herstel na inspanning.

d)

Alle bovenstaande antwoorden

34.

Een kogelgewricht is

a)

een duur stuk vlees

b)

een verbinding tussen twee botten, die alle kanten op kan bewegen

c)

een verbinding tussen twee botten, die één kant op kan bewegen

d)

een gewicht net zo zwaar als een grote kogel

35.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw