wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 2 - Landschappen par. 1 t/m 4

Total questions: 33

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

De aarde bestaat uit verschillende aardplaten.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Aan de grens van een aardplaat komen de minste aardbevingen voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Ooit zaten alle continenten aan elkaar vast. Dit supercontinent noemen we .....

a)

Pangea

b)

Gaia

c)

Kraton

d)

Fossiel

4.

Het langzaam bewegen van aardplaten noemen we .....

a)

Aardkorst

b)

Platentektoniek

c)

Convectiestromen

d)

Aardbevingen

5.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

6.

De Alpen zijn ontstaan door

a)

het samendrukken van zand en klei.

b)

vulkaanuitbarstingen.

c)

smeltende gletsjers.

d)

de kracht van platentektoniek

7.

Welke drie kenmerken heeft een jong gebergte?

a)

Glooiende toppen

b)

Vaak boven de boomgrens

c)

Eeuwige sneeuw

d)

Lagere bergen

e)

Scherpe bergtop

8.

Waardoor verandert een gebergte uiteindelijk in een oud gebergte?

a)

door aardbevingen

b)

door erosie en verwering

c)

door neerslag en atmosfeer

d)

door lage en hoge luchtdruk

9.

Je ziet de hoogtelijnen van twee verschillende gebieden. Op welk van de twee gebieden is de helling het steilst?

a)

Links

b)

Rechts

10.

Welke drie kenmerken horen bij een Oud gebergte?

a)

flauwe hellingen

b)

afgeronde toppen

c)

steil

d)

lager

e)

diepe dalen

11.

Een hooggebergte is

a)

0-500 meter hoog

b)

500-1000 meter hoog

c)

1000-1500 meter hoog

d)

hoger dan 1500 meter

12.

Zet in goede volgorde van de stroming

a)

Delta, middenloop, benedenloop, bovenloop

b)

Bovenloop, middenloop, benedenloop, delta

c)

Bovenloop, benedenloop, middenloop, delta

d)

Delta, benedenloop, middenloop, bovenloop

13.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

14.

Afbraak van gesteente onder invloed van het weer en plantengroei

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

15.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

16.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

17.

Welke sedimentgesteente zie je hier?

a)

Zandsteen

b)

Kalksteen

c)

Schalie

18.

Bij het ontstaan van duinen

a)

moet er sprake zijn van wind die het strand opblaast.

b)

moet er sprake zijn van wind die de zee in blaast

c)

speelt wind geen enkele rol

19.

Dit is de:

a)

Bovenloop

b)

Benedenloop

c)

Middenloop

20.

Dit is een:

a)

Delta

b)

zandbank

c)

kwelder

d)

estuarium

21.

Wat is geen oorzaak van verwering?

a)

Het weer.

b)

Water dat bevriest en daarna uitzet.

c)

Wortels van planten.

d)

Bodemerosie.

22.
Chemische verwering is het sterkst in gebieden met :
a)
een koud en droog klimaat
b)
een koud en vochtig klimaat
c)
een warm en droog klimaat
d)
een warm en vochtig klimaat
23.
Wat wordt er voornamelijk als sediment (gesteente) afgezet in de benedenloop?
a)
Grind
b)
Rotsblokken
c)
Schelpen
d)
Klei
24.

Welk type verwering heeft een grote rol bij het ontstaan van karstgebieden?

a)

Vorstverwering

b)

Biologische verwering

c)

Mechanische verwering

d)

Chemische verwering

25.

Kalksteen dat oplost in water is een vorm van...

a)

Vorstverwering

b)

Biologische verwering

c)

Chemische verwering

d)

Geen van bovenstaande antwoorden is juist.

26.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

27.

Wat voor soort dal zie je op de foto?

a)

Een U dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

c)

Een V dal, ontstaan door een rivier

d)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

28.

Op de afbeelding is een firnbekken te zien

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Welke vorm van erosie zie je op de afbeelding?

a)

Winderosie

b)

IJserosie

c)

Watererosie

d)

Erosie door zwaartekracht

30.
Welk land is beroemd om zijn vele fjorden?
a)
Noorwegen
b)
Zweden
c)
Finland
d)
Denemarken
31.

Kies uit de volgende reeks van begrippen de juiste volgorde van ontstaan.

a)

blauw gletsjerijs - korrelsneeuw - verse sneeuw - firn

b)

firn - korrelsneeuw - verse sneeuw - blauw gletsjerijs

c)

verse sneeuw - korrelsneeuw - firn - blauw gletsjerijs

d)

korrelsneeuw - firn - blauw gletsjerijs - verse sneeuw

32.

Welk verschijnsel zie je op de foto?

a)

Sedimentatie

b)

Erosie

c)

Verwering

d)

Morenen

33.

Welk verschijnsel zie je hier?

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Vorstverwering