wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijwoorden

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Bijwoorden zeggen iets van of over:

a)

De tijd

b)

De plaats

c)

Een werkwoord

d)

Zelfstandig naamwoord

2.

Wat is het bijwoord in de zin:

De taart is erg lekker.

a)

Lekker

b)

taart

c)

erg

d)

is

3.

Wat is het bijwoord in de zin:

Ik heb je telefoon nergens gezien.

a)

je

b)

nergens

c)

telefoon

d)

gezien

4.

Wat is het bijwoord in de zin:

Pokémons vangen vindt hij een erg leuk spel.

a)

erg

b)

leuk

c)

spel

d)

hij

5.

Wat is het bijwoord in de zin:

Mark Rutte vertelde rustig dat er een avondklok kwam.

a)

avondklok

b)

dat

c)

er

d)

rustig

6.

Wat is het bijwoord in de zin:

Gelukkig mag je je hond uitlaten.

a)

hond

b)

je

c)

gelukkig

d)

uitlaten

7.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

Ik pakte vlug mijn schoolspullen bij elkaar, die ergens op de tafel lagen.

a)

vlug

b)

schoolspullen

c)

ergens

d)

die

8.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

We willen vanmiddag samen huiswerk maken.

a)

we

b)

vanmiddag

c)

samen

d)

huiswerk

9.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

Opeens werd mijn aandacht getrokken door heftig zwaaiende kinderen,

a)

Opeens

b)

mijn

c)

heftig

d)

zwaaiende

10.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

Vanmiddag valt de regen loodrecht uit de donkere lucht.

a)

regen

b)

vanmiddag

c)

loodrecht

d)

donkere

11.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

Morgen kijken we graag naar 'Wie is de Mol' op de Nederlandse televisie.

a)

Nederlandse

b)

televisie

c)

graag

d)

morgen

12.

Wat zijn de bijwoorden in de zin:

Groep 7 heeft thuis heel hard gewerkt.

a)

groep

b)

thuis

c)

heel

d)

hard