NEW
Font size
WorksheetsSpelling diagnostische toets
Total questions: 25
Worksheet time: 8mins
De spellingsregel voor het schrijven van het bijvoeglijk naamwoord is:
Deze spel je MEESTAL zo kort mogelijk.
Juist
Onjuist
Hoe spel je het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin:
Het gestrandde/gestrande schip werd naar de haven gesleept.
gestrandde
gestrande
Waar of niet waar:
Het bijvoeglijk naamwoord van STERKE werkwoorden eindigt meestal op -en (dus lange vorm)
Waar
Niet waar
Hoe spel je het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin:
Een tiental voor de brand gevluchtte/gevluchte bewoners werd tijdelijk in een gevangenis gehuisvest.
gevluchtte
gevluchte
Waar of niet waar: Als de uitspraak verandert, vervalt de hoofdregel van het zo kort mogelijk spellen van het bijvoeglijk naamwoord.
Waar
Niet waar
Spel het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin: De gerede/geredde vluchtelingen kwamen met de boot.
Gerede
Geredde
Het voltooid deelwoord van ZWAKKE werkwoorden eindigt op een -d of een t en kun je vinden door de regel van 't ex Kofschip toe te passen.
Waar
Onwaar
Het voltooid deelwoord heeft ALTIJD een hulpwerkwoord bij zich in de zin staan, dus komt nooit als enige werkwoord in de zin voor.
Waar
Niet waar
Kies de juiste spelling van het voltooid deelwoord:
Koffie wordt vaak als een opwekkend middel beschouwt/beschouwd.
beschouwt
beschouwd
Kies de juiste spelling van zowel het bijvoeglijk naamwoord als het voltooid deelwoord:
Het gedode/gedoodde zwijn werd naar het restaurant gestransporteert/getransporteerd.
gedode/getransporteert
gedode/getransporteerd
gedoodde/getransporteert
gedoodde/getransporteerd
Waar of niet waar:
De gebiedende wijs spel je als de stam van het werkwoord.
Waar
Niet waar
Kies de juiste spelling:
Mark, houd/houdt op met dat gejengel!
houd
houdt
Het gekleurde werkwoord in de volgende zin is een onvoltooid deelwoord:
Het is teleurstellend dat je weg moet.
Klopt ja
Nee klopt niet.
Een onvoltooid deelwoord spel je als:
Het hele werkwoord (infinitief) + d
Klopt ja
Nee, klopt niet
De infinitief is het hele werkwoord in de tegenwoordige tijd (hijgen, spelen, roepen), die niet van tijd verandert als je de zin in een andere tijd zet.
Klopt ja
Klopt niet.
Het gekleurde werkwoord in de volgende zin is een voorbeeld van een infinitief:
Hij staat tijdens de wedstrijd altijd hard te juichen
Klopt ja
Klopt niet.
Wat is het meervoud van 'dictees'?
dictee's
dicteeën
dictees
Wat is het meervoud van bangerik
bangeriks
bangeriken
bangerikken
wat is het meervoud van zee?
zees
zeeën
zeën
Wat is het meervoud van industrie
industries
industrieën
industriën
Wat is het meervoud van haarspray
haarsprayen
haarsprays
haarspray's
Hoe schrijf je de volgende naam in hoofdletters?
professor dirk van der straate
professor Dirk Van Der Straate
professor Dirk van der Straate
professor Dirk van Der Straate
professor Dirk Van der Straate
Kies het woord dat goed gespeld is
btw tarief
btw-tarief
btwtarief
Kies het woord dat goed gespeld is
zijdeachtig
zijde-achtig
zijdeächtig
Kies het woord dat goed gespeld is
café-eigenaar
cafëeigenaar
caféëigenaar
caféeigenaar
