wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling diagnostische toets

Total questions: 25

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De spellingsregel voor het schrijven van het bijvoeglijk naamwoord is:

Deze spel je MEESTAL zo kort mogelijk.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Hoe spel je het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin:

Het gestrandde/gestrande schip werd naar de haven gesleept.

a)

gestrandde

b)

gestrande

3.

Waar of niet waar:

Het bijvoeglijk naamwoord van STERKE werkwoorden eindigt meestal op -en (dus lange vorm)

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Hoe spel je het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin:

Een tiental voor de brand gevluchtte/gevluchte bewoners werd tijdelijk in een gevangenis gehuisvest.

a)

gevluchtte

b)

gevluchte

5.

Waar of niet waar: Als de uitspraak verandert, vervalt de hoofdregel van het zo kort mogelijk spellen van het bijvoeglijk naamwoord.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Spel het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin: De gerede/geredde vluchtelingen kwamen met de boot.

a)

Gerede

b)

Geredde

7.

Het voltooid deelwoord van ZWAKKE werkwoorden eindigt op een -d of een t en kun je vinden door de regel van 't ex Kofschip toe te passen.

a)

Waar

b)

Onwaar

8.

Het voltooid deelwoord heeft ALTIJD een hulpwerkwoord bij zich in de zin staan, dus komt nooit als enige werkwoord in de zin voor.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Kies de juiste spelling van het voltooid deelwoord:

Koffie wordt vaak als een opwekkend middel beschouwt/beschouwd.

a)

beschouwt

b)

beschouwd

10.

Kies de juiste spelling van zowel het bijvoeglijk naamwoord als het voltooid deelwoord:

Het gedode/gedoodde zwijn werd naar het restaurant gestransporteert/getransporteerd.

a)

gedode/getransporteert

b)

gedode/getransporteerd

c)

gedoodde/getransporteert

d)

gedoodde/getransporteerd

11.

Waar of niet waar:

De gebiedende wijs spel je als de stam van het werkwoord.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Kies de juiste spelling:

Mark, houd/houdt op met dat gejengel!

a)

houd

b)

houdt

13.

Het gekleurde werkwoord in de volgende zin is een onvoltooid deelwoord:

Het is teleurstellend dat je weg moet.

a)

Klopt ja

b)

Nee klopt niet.

14.

Een onvoltooid deelwoord spel je als:

Het hele werkwoord (infinitief) + d

a)

Klopt ja

b)

Nee, klopt niet

15.

De infinitief is het hele werkwoord in de tegenwoordige tijd (hijgen, spelen, roepen), die niet van tijd verandert als je de zin in een andere tijd zet.

a)

Klopt ja

b)

Klopt niet.

16.

Het gekleurde werkwoord in de volgende zin is een voorbeeld van een infinitief:

Hij staat tijdens de wedstrijd altijd hard te juichen

a)

Klopt ja

b)

Klopt niet.

17.

Wat is het meervoud van 'dictees'?

a)

dictee's

b)

dicteeën

c)

dictees

18.

Wat is het meervoud van bangerik

a)

bangeriks

b)

bangeriken

c)

bangerikken

19.

wat is het meervoud van zee?

a)

zees

b)

zeeën

c)

zeën

20.

Wat is het meervoud van industrie

a)

industries

b)

industrieën

c)

industriën

21.

Wat is het meervoud van haarspray

a)

haarsprayen

b)

haarsprays

c)

haarspray's

22.

Hoe schrijf je de volgende naam in hoofdletters?

professor dirk van der straate

a)

professor Dirk Van Der Straate

b)

professor Dirk van der Straate

c)

professor Dirk van Der Straate

d)

professor Dirk Van der Straate

23.

Kies het woord dat goed gespeld is

a)

btw tarief

b)

btw-tarief

c)

btwtarief

24.

Kies het woord dat goed gespeld is

a)

zijdeachtig

b)

zijde-achtig

c)

zijdeächtig

25.

Kies het woord dat goed gespeld is

a)

café-eigenaar

b)

cafëeigenaar

c)

caféëigenaar

d)

caféeigenaar